Vertrouwen in financiële sector groeit naar 57%
Het vertrouwen van Nederlandse huishoudens in de financiële sector is het afgelopen jaar toegenomen. 57% van de ondervraagden heeft vertrouwen in financiële instellingen, tegenover 52% een jaar eerder. Dat blijkt uit de jaarlijkse vertrouwensmeting van De Nederlandsche Bank onder bijna 2.100 huishoudens.
DNB onderzoekt jaarlijks het vertrouwen in onder meer banken, verzekeraars, pensioenfondsen en andere financiële instellingen. Ook het vertrouwen in DNB zelf en in de Europese Centrale Bank nam toe: voor DNB komt dat uit op 77%. Het vertrouwen in de politiek en de ambtenarij steeg eveneens, al blijft het aandeel huishoudens met vertrouwen in de politiek met 25% relatief laag.
De grootste stijging is zichtbaar bij pensioenfondsen. Het aandeel huishoudens dat vertrouwen heeft in pensioenfondsen, nam toe van 55% naar 63%. Ook het vertrouwen dat pensioenfondsen hun pensioenen kunnen blijven uitkeren, groeide: van 51% vorig jaar naar 61% dit jaar.

De stijging valt samen met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Steeds meer fondsen zijn inmiddels overgestapt op de nieuwe regels. Tegelijkertijd neemt de kennis onder huishoudens toe: 61% zegt inmiddels ten minste redelijk op de hoogte te zijn van het nieuwe stelsel. Ook het vertrouwen in het nieuwe pensioenstelsel zelf is toegenomen.
Vertrouwen in banken neemt toe
Ook banken kunnen rekenen op meer vertrouwen. Het algemene vertrouwen in banken steeg van 56% naar 62%. Bij verzekeraars bleef het vertrouwen met 45% ongeveer gelijk.

Het beeld verschilt wanneer wordt gekeken naar het vertrouwen in de financiële gezondheid van instellingen. Bij banken bleef dit percentage stabiel, terwijl het bij verzekeraars juist toenam. 66% van de huishoudens heeft er vertrouwen in dat verzekeraars hun financiële verplichtingen kunnen nakomen.
Toezicht speelt belangrijke rol
Volgens DNB speelt toezicht een belangrijke rol bij het vertrouwen in de financiële sector. Zes op de tien huishoudens geeft aan dat het toezicht van DNB eraan bijdraagt dat zij erop vertrouwen dat financiële instellingen hun verplichtingen kunnen nakomen.

Ook de onafhankelijkheid van toezichthouders wordt belangrijk gevonden. 78% van de ondervraagden vindt het belangrijk dat toezichthouders onafhankelijk zijn van de politiek. Tegelijkertijd zegt 39% dat negatieve uitspraken van politici over banken of toezichthouders het vertrouwen in de financiële sector negatief beïnvloeden.
Hoog vertrouwen in betalingsverkeer
Voor het eerst vroeg DNB huishoudens ook naar hun vertrouwen in het Nederlandse betalingsverkeer. Dat blijkt relatief hoog: 74% van de ondervraagden heeft hier vertrouwen in.
De redenen die respondenten daarvoor geven, sluiten vooral aan bij hun dagelijkse ervaringen. Betalingen verlopen volgens hen doorgaans snel en probleemloos. Ook toezicht, wetgeving en de betrouwbaarheid van het betaalsysteem worden genoemd als belangrijke redenen voor het vertrouwen.
Tegelijkertijd zijn er zorgen over de toenemende digitalisering van het betalingsverkeer. Huishoudens noemen onder meer cyberaanvallen, technische storingen en de kwetsbaarheid van een systeem dat steeds sterker afhankelijk wordt van digitale infrastructuur.

