Nederlandse huishoudens hebben €3,2 miljard aan crypto bij Nederlandse aanbieders
Nederlandse huishoudens hadden eind juni 2026 voor €3,2 miljard aan cryptovaluta staan bij Nederlandse aanbieders van cryptoactivadiensten. Dat komt overeen met circa 1,4% van hun totale beleggingen in aandelen, beleggingsfondsen en obligaties. Dat blijkt uit cijfers die De Nederlandsche Bank voor het eerst heeft gepubliceerd.
Het totale cryptobezit bij Nederlandse aanbieders bedroeg eind juni €3,4 miljard. Naast huishoudens hielden bedrijven en andere Nederlandse sectoren samen circa €200 miljoen aan crypto aan.
De nieuwe statistieken geven inzicht in de omvang van het directe cryptobezit bij Nederlandse aanbieders, waaronder Bitvavo, Coinmerce en Blox. Deze ondernemingen bieden onder meer handelsplatforms en diensten aan voor het bewaren en beheren van cryptovaluta.
Het cryptobezit van huishoudens bestaat vrijwel volledig uit ongedekte cryptovaluta. Bitcoin is met een waarde van €1,5 miljard veruit de grootste categorie. Ethereum volgt met €300 miljoen.

Stablecoins, die zijn ontworpen om een stabiele waarde te behouden ten opzichte van bijvoorbeeld de euro of de dollar, vertegenwoordigen minder dan 1% van het cryptobezit van huishoudens bij Nederlandse aanbieders.
Cryptobezit buiten Nederlandse aanbieders niet meegerekend
De cijfers van DNB omvatten uitsluitend cryptovaluta die Nederlanders aanhouden bij Nederlandse aanbieders van cryptoactivadiensten, internationaal aangeduid als crypto-asset service providers (CASP’s).
Cryptovaluta die bij buitenlandse aanbieders worden aangehouden of die beleggers zelf beheren via hardware- of softwarewallets, vallen buiten de statistieken. Ook indirecte cryptobeleggingen zijn niet meegenomen. DNB publiceerde eerder al cijfers over deze indirecte beleggingen, waarvan de waarde inmiddels meer dan €1 miljard bedraagt.
Ter vergelijking: Nederlandse huishoudens hadden eind juni 2026 in totaal €234,2 miljard belegd in beursgenoteerde aandelen, beleggingsfondsen en obligaties. Het directe cryptobezit bij Nederlandse aanbieders maakt daarmee een relatief beperkt deel uit van de totale beleggingen van huishoudens.

