Marktaandeel

De Nederlandse bankensector wordt gekenmerkt door een klein aantal banken met een groot marktaandeel, gemeten naar balanstotaal. De concentratie is erg hoog. Nederland kent één van de meest geconcentreerde bankensectoren van Europa. De vijf grootste banken – ING, Rabobank, ABN AMRO, BNG Bank en NWB Bank – hebben gezamenlijk meer dan 90% van de totale assets in hun bezit. Het resterende marktaandeel is versnipperd over een divers aantal kleinere financiële instellingen. 

Deze sterke marktconcentratie is in belangrijke mate het resultaat van de fusies die eind jaren tachtig, begin jaren negentig plaatsvonden. Om de concurrentie in de Nederlandse bankensector te bevorderen zijn drempels voor toetreding in het verleden verlaagd. Zo is het verkrijgen van een bankvergunning eenvoudiger geworden en is er in wet- en regelgeving meer ruimte gemaakt voor alternatieve kredietverlening zoals crowdfunding en kredietunies.

Kijkend naar het absolute balanstotaal, dan torenen ING, Rabobank en ABN AMRO ver uit boven al het andere wat Nederland te bieden heeft. ING is de enige grote bank die de afgelopen jaren wat gegroeid is, al was de oranje bank in het verleden nog een stuk groter. 

Onderstaande figuur toont de balanstotalen van de overige Nederlandse. Op een veilige vierde en vijfde plaats volgen BNG Bank en NWB Bank, twee banken die vooral overheden en grote publieke organisaties als klant hebben. De Volksbank - opererend onder de labels ASN Bank, RegioBank en SNS - is echter met de stip de vierde consumentenbank van Nederland. De overige banken ontlopen elkaar betrekkelijk weinig, al laten sommige wel hoge groeicijfers zien. De hoge groei van Nationale-Nederlanden Bank is mede te verklaren door de overname van Delta Lloyd in 2017.

Bankensector