Nederlandse indirecte cryptobeleggingen doorbreken grens van €1 miljard
De waarde van indirecte cryptobeleggingen in Nederland is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Uit cijfers van De Nederlandsche Bank blijkt dat Nederlandse bedrijven, instellingen en huishoudens eind oktober 2025 samen voor zo’n €1,2 miljard aan zogeheten crypto-effecten bezaten. Eind 2020 ging het nog om slechts €81 miljoen.
Indirecte cryptobeleggingen maken het mogelijk om te investeren in crypto’s zonder daadwerkelijk cryptomunten aan te houden. Bij het becijferen van de totale waarde heeft DNB specifiek gekeken naar drie soorten crypto-effecten waarin wordt belegd: Exchange Traded Funds (ETF’s), Exchange Traded Notes (ETN’s) en aandelen in zogeheten crypto treasuries.
ETF’s en ETN’s volgen de waarde van onderliggende cryptomunten zoals bitcoin en ethereum, terwijl crypto treasuries bedrijven zijn die zelf cryptomunten aanhouden of actief zijn in bijvoorbeeld mining of handelsplatformen.

Ondanks de sterke groei vertegenwoordigt de €1,2 miljard aan indirecte cryptobeleggingen slechts ongeveer 0,03% van het totale Nederlandse effectenbezit.
Volgens de toezichthouder wordt de stijging bovendien vooral verklaard door koersontwikkelingen van cryptomunten en veel minder door nieuwe aankopen – zo steeg de bitcoinkoers de afgelopen vijf jaar met zo’n 72%. Over een periode van vijf jaar werd per saldo zelfs meer verkocht dan aangekocht aan crypto-effecten.
Huishoudens blijken de grootste beleggers in crypto-ETF’s en -ETN’s, met respectievelijk €182 miljoen en €213 miljoen aan beleggingen. Pensioenfondsen spelen daarentegen een dominante rol bij crypto treasuries en hadden hierin €287 miljoen geïnvesteerd. Opvallend is dat het indirecte cryptobezit sterk geconcentreerd is: zeven specifieke effecten zijn samen goed voor circa 70% van het totaal.

Naast indirecte beleggingen blijkt uit DNB-cijfers ook dat de Nederlandse financiële sector eind derde kwartaal 2025 voor €113 miljoen aan cryptomunten rechtstreeks in bezit had. Banken, pensioenfondsen en verzekeraars blijven daarbij vooralsnog aan de zijlijn staan.

