Onlinebank bunq heeft drie juristen bij de rechtbank Amsterdam onder ede laten ondervragen. In de zomer van 2024 zeiden zij in de media grote groepen gedupeerde klanten te vertegenwoordigen. Volgens bunq klopten die aantallen niet en ging het om klantenwerving, meldt Het Financieele Dagblad. De bank overweegt een rectificatie en een schadevergoeding te eisen.
De zaak gaat terug naar de zomer van 2024, toen bunq-klanten door phishing geld kwijtraakten en de media daar uitgebreid over berichtten. Jurist Chizki Loonstein riep gedupeerden op de compensatieregeling van de bank niet te accepteren en 100% vergoeding te eisen, desnoods via de rechter.
Volgens bunq-advocaat Frank ’t Hart was die regeling juist ruimhartig. Bij het begin van de zitting legde hij uit waarom de bank zich keert tegen Loonstein en de advocaten Joan Du Bois en Jacques van Rossen, die destijds namens gedupeerden het woord voerden. Een procedure kwam er volgens hem nooit. “Ze kwamen in de media uit eigenbelang, om klanten te werven”, aldus ’t Hart.
Over die beschuldigingen ging het verhoor zelf niet. De vragen mochten alleen gaan over het aantal klanten dat de drie vertegenwoordigden, en over de vraag of die groep “groot en groeiend” was, zoals ze op 26 juni 2024 in een persbericht stelden.
Van tientallen gedupeerden naar 20 meldingen
Loonstein werd als eerste gehoord. Hoeveel gedupeerden hij destijds bijstond, weet hij niet meer, ook niet toen ’t Hart hem krantenberichten uit die zomer voorhield. Wel herinnert hij zich dat hij in juni 2024 bijna de hele dag gedupeerden aan de telefoon had. Hij stuurde ze door naar Du Bois en Van Rossen, en die moesten volgens hem ook weten wie er klant werd.
“Ze hebben een zondebok gevonden in de Loonstein-combinatie”, zei hij over bunq. Dat de gedupeerden samen miljoenen euro’s schade leden, houdt hij overeind. Verder liet hij weinig los.
Du Bois en Van Rossen beriepen zich daarna zo veel mogelijk op hun verschoningsrecht. Waar dat niet lukte, ging het over de vraag wie wel en wie geen klant was. Tegenover hen zette ’t Hart de getallen op een rij: eerst 40 à 50 klanten, in een interview zo’n 100, en uiteindelijk 20 die zich via de juristen bij bunq meldden.
Van Rossen reageerde op het hoogste getal met een wedervraag. “Honderd nieuwe klanten? Ik kan me niet herinneren dat ik dit heb gezegd. Dat zou u moeten vragen aan de journalist.”
Geen intimidatie, stelt bunq
Na afloop gingen de drie juristen niet in op vragen van Het Financieele Dagblad. ’t Hart deed dat wel. Hij wijst de gedachte af dat bunq met zulke zaken critici wil afschrikken.
“Dit is een voorlopig getuigenverhoor”, zegt hij. “Bovendien zijn het professionals. Bedrijven moeten kunnen optreden tegen professionals die uit eigen belang in de pers onjuiste beweringen doen.”
Welke stap bunq na het verhoor zet, is nog niet bekend. Het dossier komt bovenop andere fraudekwesties rond de bank. Eerder dit jaar legde de Autoriteit Financiële Markten bunq nog een boete van €170.000 op, omdat de bank klachten van fraudeslachtoffers niet op tijd afhandelde.