Amerikaanse sancties tegen Strafhof zetten ABN AMRO klem

27 oktober 2026 Banken.nl 3 min. leestijd

Als huisbankier van het Internationaal Strafhof in Den Haag lijkt ABN AMRO niet anders te kunnen dan het betalingsverkeer van het hof te staken. De Verenigde Staten zetten het Strafhof op 9 oktober op hun sanctielijst; wie er zaken mee blijft doen, riskeert Amerikaanse boetes en vervolging. Dat meldt NRC.

Daarmee is zakendoen met het hof verboden. Alle dienstverleners, van energieleverancier tot huisbank, krijgen een halfjaar om hun diensten af te bouwen.

ABN AMRO houdt zich “altijd aan de geldende wet- en regelgeving”, liet een woordvoerder NRC weten. Verder zwijgt de bank. Volgens sanctieadvocaat Yvo Amar is het risico te groot dat de bank anders zelf op een Amerikaanse sanctielijst belandt. “ABN AMRO zal de Amerikaanse sancties gaan naleven. Zij kan het zich niet veroorloven dat niet te doen”, zegt hij tegen NRC.

Washington kan zijn rechtsmacht op verschillende manieren laten gelden. Het kan een Amerikaans dochterbedrijf van de bank lamleggen of een transactie tegenhouden waarbij dollars betrokken zijn, wat in het internationale betalingsverkeer vaak speelt. Volgens Amar leidt dat tot ‘overcompliance’: bij twijfel kiezen financiële instellingen voor veiligheid. Bij dat ‘chilling effect’ laat alleen de dreiging van sancties bedrijven al handelen alsof ze gesanctioneerd zijn.

Dat effect is al zichtbaar. Het Franse Axa verzekert de zorgkosten van Strafhofpersoneel niet langer, wegens de “gevoelige” en “complexe” situatie voor bedrijven. “Meerdere bedrijven hebben gezegd: alleen als we politieke rugdekking krijgen, kunnen we aan jullie blijven leveren”, zegt Osvaldo Zavala Giler (hoogste administratieve directeur van het hof) tegen NRC.

Van ambivalentie naar vijandschap

De Amerikaanse druk heeft een lange voorgeschiedenis. De VS speelden in 1998 een grote rol op de conferentie in Rome, maar stemden tegen het oprichtingsverdrag van het hof. Clinton tekende het verdrag in 2000 alsnog, waarna George W. Bush de handtekening in 2002 introk. Diezelfde zomer volgde de ‘Hague Invasion Act’, die zelfs militair geweld toestaat om Amerikanen bij het hof weg te halen.

Daarna bleek het hof voor Washington bruikbaar tegen tegenstanders, zoals bij de verwijzingen van Darfur en Libië door de Veiligheidsraad. Toen aanklager Fatou Bensouda een onderzoek naar Afghanistan wilde openen, legde Trump haar in 2020 sancties op. Biden draaide die in 2021 terug, al bleef ook zijn regering tegen rechtsmacht over burgers van niet-lidstaten: het juridische kernbezwaar sinds Rome.

Na de arrestatiebevelen tegen Israëlische leiders kwam in februari 2025 hoofdaanklager Karim Khan op de sanctielijst, later gevolgd door rechters, beide plaatsvervangend aanklagers en in augustus 2026 de president van het hof. Tot oktober troffen de sancties alleen personen en bleef zakendoen met het hof zelf toegestaan. Pas nu geldt het verbod voor de instelling, en daarmee voor wie haar rekeningen beheert.

Twee botsende regels

De EU vroeg de VS een dag na het sanctiebesluit om het terug te draaien. Brussel kan ook verder gaan: zet de Europese Commissie de antiboycotverordening in, dan moeten Europese ondernemingen de Amerikaanse sancties negeren. ABN AMRO zit dan tussen twee botsende regels. Houdt de bank de rekeningen aan, dan riskeert ze Amerikaanse straffen; zegt ze op, dan overtreedt ze Europees recht.

“Tot nu toe hebben we van de lidstaten alleen maar retoriek gezien, met afkeurende verklaringen voor het gedrag van de VS”, zegt Sergey Vasiliev (hoogleraar internationaal strafrecht aan de Open Universiteit) tegen NRC. “Dat is verre van voldoende in de huidige situatie. Europa zal met zijn antiboycotverordening moeten komen, anders wordt het Strafhof verraden.”

Het kabinet komt vooralsnog niet in actie. Toenmalig minister David van Weel (Justitie) vond in 2025 dat Nederland te klein is om banken te beschermen, en wees naar Europa. Inmiddels overleggen de ministeries van Financiën en Buitenlandse Zaken op hoog niveau over de positie van ABN AMRO, onder meer met De Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank.

Over dat overleg willen de betrokkenen weinig kwijt, vanwege de “precaire situatie”. Of de huisbank het hof na de afbouwtermijn nog kan bedienen, is een vraag die nu bij de toezichthouders ligt.