‘Pensioen is geen instrument voor beleid, maar uitgesteld salaris’ – in gesprek met Dirk Gotink (NSC)

‘Pensioen is geen instrument voor beleid, maar uitgesteld salaris’ – in gesprek met Dirk Gotink (NSC)

28 april 2026 Banken.nl
‘Pensioen is geen instrument voor beleid, maar uitgesteld salaris’ – in gesprek met Dirk Gotink (NSC)

Dirk Gotink is lid van het Europees Parlement namens NSC en aangesloten bij de Europese Volkspartij (EPP). Hij beweegt zich al jaren op het snijvlak van nationale en Europese besluitvorming, met een focus op financiële markten en pensioenen. In Brussel is hij nu schaduwrapporteur op de herziening van de IORP-richtlijn, het Europese kader voor aanvullende pensioenen.

Een technisch dossier, ingewikkeld ook, maar met grote gevolgen voor hoe Europeanen hun pensioen opbouwen én hoe kapitaal wordt ingezet in de economie. “Als je het goed regelt voor de deelnemer, volgt de rest vanzelf.”

Jij houdt je bezig met de IORP-herziening. Waarom is dat belangrijk?

“Omdat dit dossier uiteindelijk gaat over de vraag of Europeanen straks een fatsoenlijk pensioen hebben. In Nederland is dat relatief goed geregeld, maar in veel andere landen nauwelijks. Daar zijn mensen vaak volledig afhankelijk van de staat, en die systemen staan onder druk door vergrijzing.” 

“Als landen straks hun rekening niet meer kunnen betalen wordt dat een Europees probleem. Tegelijk zie je dat Europa zoekt naar manieren om meer te investeren in de eigen economie. Pensioenfondsen spelen daarin een sleutelrol. Dit dossier zit precies op dat snijvlak van sociale zekerheid en economische ontwikkeling.”

Wat is IORP eigenlijk, in gewonemensentaal?

“Het zijn de Europese spelregels voor aanvullende pensioenen via je werk. Dus alles wat in Nederland in de tweede pijler gebeurt - denk aan pensioenfondsen, werkgeversregelingen - valt daaronder. De richtlijn gaat over zaken als governance, toezicht en hoe investeringsbeslissingen worden genomen. Het is geen blauwdruk die alles voorschrijft, maar een kader waarbinnen landen hun eigen systeem kunnen inrichten.”

Waarom komt Europa hier nu mee?

“Je ziet twee ontwikkelingen die samenkomen. Aan de ene kant de vergrijzing: in veel landen dreigt ouderdomsarmoede omdat mensen onvoldoende pensioen opbouwen. Aan de andere kant is er een economische agenda: Europa wil minder afhankelijk zijn en meer investeren in bijvoorbeeld energie, defensie en innovatie. Pensioenfondsen hebben kapitaal en een lange horizon, dus die worden automatisch onderdeel van die discussie.”

Gaat dit dan vooral over pensioenen, of ook over de economie?

“Het is allebei. De Europese Commissie koppelt dit expliciet aan de Savings and Investments Union. Dat betekent: betere pensioenen voor burgers én meer kapitaal voor de Europese economie. Maar daar moet je wel zorgvuldig mee omgaan. Pensioen is in de eerste plaats geld van mensen zelf, opgebouwd over een werkend leven. Het is uitgesteld salaris. Je moet voorkomen dat het primair wordt gezien als een instrument om economische doelen te bereiken.”

Kan pensioengeld wel helpen om Europa sterker te maken?

“Ja, maar indirect. Als je een goed pensioenstelsel hebt, ontstaat er vanzelf een grote pool van langetermijnkapitaal. Dat wordt geïnvesteerd in onder andere bedrijven, infrastructuur en innovatie. Daarvoor moet regelgeving pensioenfondsen wel voldoende ruimte geven om verantwoord op lange termijn te beleggen. Maar dat werkt alleen als het systeem in de eerste plaats goed is voor deelnemers. De volgorde is dus belangrijk: eerst zorgen voor een solide pensioen, daarna volgt de economische impact.”

Waar zit volgens jou de grootste uitdaging in Europa?

“Dat in veel landen simpelweg geen goed aanvullend pensioenstelsel bestaat. De discussie gaat nu vaak over het verbeteren van bestaande fondsen, maar de echte uitdaging zit in landen waar nauwelijks iets is opgebouwd. Daar moet je beginnen met de basis: hoe zet je een systeem op dat mensen vertrouwen en waar ze ook daadwerkelijk aan meedoen?”

Wat maakt het Nederlandse systeem zo bijzonder?

“Een belangrijk element is dat deelname grotendeels automatisch is. Als je werkt, bouw je pensioen op. Daardoor hebben we een brede dekking en grote fondsen. Dat zorgt voor stabiliteit en schaal. Maar dat model is historisch gegroeid en politiek verankerd. In andere landen is het lastiger om mensen te verplichten een deel van hun inkomen apart te zetten, zeker als inkomens lager liggen. Hervormingen in andere landen zullen hoe dan ook tijd kosten.”

Wat betekent dit voor Nederland? Moeten we ons zorgen maken?

“Niet direct, maar we moeten wel scherp blijven. Europa moet ruimte laten voor nationale systemen die goed functioneren. Het risico zit in overregulering: dat er regels komen die averechts werken voor de Nederlandse praktijk en niet concreet iets opleveren voor de ontwikkeling van systemen in andere landen.” 

“Kijk bijvoorbeeld naar de vermogensbeheerkant. Het is belangrijk dat het kader genoeg flexibiliteit biedt om investeringsbeslissingen te nemen die aansluiten bij de demografie en de karakteristieken van een fonds. Als we dit aan de voorkant te strikt inregelen door strenge voorschriften worden langetermijnrendementen onnodig beperkt. Tegelijk hebben we er belang bij dat andere landen hun systemen verbeteren. Dat draagt bij aan stabiliteit én aan betere kapitaalmarkten in Europa.”

Er komt meer aandacht voor transparantie. Is dat een goede ontwikkeling?

“In de basis wel. Mensen moeten kunnen zien wat ze opbouwen, wat het kost en wat ze kunnen verwachten. Dat is essentieel voor vertrouwen. Maar het moet wel op een manier die begrijpelijk en werkbaar is. Als je het te complex maakt of verkeerde vergelijkingen introduceert, kan het juist averechts werken. Zeker in collectieve systemen zoals in Nederland moet je daar zorgvuldig mee omgaan. Zodat transparantie niet leidt tot korte termijn gedrag bij pensioenfondsen.”

Zie je ook kansen voor ons?

“Absoluut. Nederland heeft veel kennis en ervaring op dit gebied. Die kunnen we inzetten in Europa, bijvoorbeeld bij het opzetten van nieuwe pensioenstructuren in andere landen. Daarnaast ligt er ook een economische kans: als meer landen aanvullende pensioenen ontwikkelen, ontstaat er een grotere markt voor vermogensbeheer en dienstverlening.”

Wanneer is deze herziening een succes en wat moet er vooral níet gebeuren?

“Als meer mensen in Europa daadwerkelijk pensioen opbouwen in de tweede en derde pijler. Uiteindelijk gaat het niet om regels op papier, maar om de praktijk. Als de deelname groeit en mensen meer financiële zekerheid krijgen, dan heb je echt iets bereikt. Wat ik níet wil, is dat we pensioengeld gaan zien als een soort beleidsinstrument voor Europa. Het moet altijd beginnen bij de deelnemer. Als je dat uit het oog verliest, ondermijn je het vertrouwen in het hele systeem. Zonder vertrouwen werkt geen enkel pensioenstelsel.”

Meer over DUFAS
Profielpagina
DUFAS is een partner van Banken.nl