DUFAS: herziening SFDR is stap vooruit, maar vergelijkbaarheid voor beleggers blijft achter

DUFAS: herziening SFDR is stap vooruit, maar vergelijkbaarheid voor beleggers blijft achter

10 april 2026 Banken.nl
DUFAS: herziening SFDR is stap vooruit, maar vergelijkbaarheid voor beleggers blijft achter

DUFAS verwelkomt het voorstel van de Europese Commissie om de Sustainable Finance Disclosure Regulation grondig te herzien. De branchevereniging voor vermogensbeheerders noemt de voorgestelde wijzigingen een “belangrijke en broodnodige verbetering” van het huidige raamwerk. Tegelijk waarschuwt DUFAS dat het voorstel op cruciale punten nog tekortschiet, met name waar het gaat om de vergelijkbaarheid van beleggingsproducten voor retailbeleggers.

De Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) is sinds 2021 het centrale Europese raamwerk voor duurzaamheidsinformatie over beleggingsproducten, maar staat al langer ter discussie vanwege de complexiteit en de beperkte werkbaarheid in de praktijk.

Met het herzieningsvoorstel – in de wandelgangen al ‘SFDR 2.0’ genoemd – zet de Europese Commissie in op een meer productgerichte benadering, met duidelijkere productcategorieën en eenvoudigere entiteitsrapportages.

Zo verdwijnt onder meer de verplichte PAI-verklaring (Principal Adverse Impact) op entiteitsniveau, en worden portfoliomanagement en beleggingsadvies uit de scope van de SFDR gehaald. Ook komt er expliciet ruimte voor investeringen die de energietransitie mogelijk maken.

Gebrek aan vergelijkbaarheid

Toch raakt volgens DUFAS de kern van het probleem met het huidige voorstel onvoldoende geadresseerd: beleggers moeten producten simpel kunnen vergelijken en op basis daarvan een weloverwogen keuze kunnen maken. “De herziening van de SFDR is een belangrijke kans om het raamwerk echt te laten werken voor beleggers”, aldus Ron Gruijters (Manager Sustainable Finance bij DUFAS). “Maar zonder makkelijk vergelijkbare informatie voor eindbeleggers blijft het potentieel van de SFDR onbenut.”

DUFAS pleit daarom voor de introductie van een beperkte maar verplichte set duurzaamheidsindicatoren die voor alle productcategorieën geldt. Gedacht kan worden aan kernmetrics zoals broeikasgasuitstoot, blootstelling aan fossiele brandstoffen, schendingen van de UN Global Compact-principes en het ontbreken van mensenrechten-due-diligenceprocessen.

Die basislaag moet volgens de koepel worden aangevuld met ruimte voor aanvullende, vrijwillige indicatoren die aansluiten bij de specifieke strategie van een product.

Belangrijk detail: DUFAS vindt dat deze vergelijkbaarheid niet alleen voor expliciet duurzame producten zou moeten gelden, maar voor de héle markt – om zo een gelijk speelveld te waarborgen tussen duurzame en niet-duurzame producten.

Datakwaliteit en toezicht op ESG-dataproviders

Een tweede rode draad in het position statement betreft de praktische uitvoerbaarheid. Betrouwbare ESG-data is volgens DUFAS onmisbaar voor zinvolle rapportage, maar financiële instellingen zijn in toenemende mate afhankelijk van externe dataproviders die zélf buiten de reikwijdte van de SFDR vallen.

Dat creëert een scheve situatie: gereguleerde vermogensbeheerders krijgen vergaande transparantie- en verantwoordingsverplichtingen opgelegd, terwijl de leveranciers van de onderliggende data vrijuit gaan. DUFAS pleit voor sterkere waarborgen rond datakwaliteit, bijvoorbeeld via transparantievereisten voor dataproviders of de ontwikkeling van een gedragscode onder toezicht van de Commissie.

Ook wil de koepel dat een proportionaliteitsbeginsel wordt toegevoegd, dat erkent dat data op onderliggend niveau niet altijd beschikbaar is.

Consistentie binnen het Europese raamwerk

Een derde punt van aandacht is de samenhang binnen het bredere Europese duurzaamheidsraamwerk. DUFAS waarschuwt dat verschillen tussen de SFDR en bijvoorbeeld de EU-klimaatbenchmarks, de ESMA-naamgevingsrichtlijnen voor fondsen en de duurzaamheidsvoorkeuren onder MiFID II kunnen leiden tot “onduidelijkheid, uiteenlopende interpretaties en onnodige complexiteit”.

De koepel roept de EU op om één lijn te trekken, zodat voor beleggers én aanbieders duidelijk is wat wel en niet als een duurzaam product kwalificeert.

Zo moeten de minimum-uitsluitingscriteria volgens DUFAS consistent worden gemaakt met al bestaande regelgeving, en moet de beoordeling van sociale minimumwaarborgen – nu gebaseerd op de UN Global Compact – worden heroverwogen ten gunste van de UN Guiding Principles en de OESO-richtlijnen, die beter aansluiten bij hoe due diligence in de praktijk werkt.

Transitie-investeringen en engagement

Positief is DUFAS over de erkenning van ‘transition products’ in het voorstel, die ruimte biedt voor investeringen in de energietransitie. Wel vraagt de koepel expliciete bevestiging dat ook cruciale randvoorwaardelijke investeringen – denk aan energie-infrastructuur, warmtenetten, batterijopslag en groene waterstof – onder deze categorie vallen.

Daarnaast pleit DUFAS ervoor om de rol van engagementstrategieën te verankeren in álle drie de productcategorieën, niet alleen in de transitie-categorie. Volgens de koepel is engagement in de praktijk vaak effectiever dan harde uitsluitingen, zeker bij illiquide beleggingen waar desinvesteren nauwelijks een optie is.

Implementatietermijn

Tot slot dringt DUFAS aan op een realistische implementatietermijn. De koepel noemt de voorgestelde periode van achttien maanden in principe voldoende, mits de bijbehorende uitwerkingsregels (Level 2) minstens een jaar voor de ingangsdatum beschikbaar zijn.

Voor fund-of-funds-structuren – waarbij data sequentieel moet worden verzameld uit onderliggende fondsen – bepleit DUFAS een extra rapportagewindow. Ook zou er volgens de koepel een ‘stop-the-clock’-bepaling moeten komen voor onderdelen van de huidige SFDR die per direct komen te vervallen, zodat marktpartijen hun capaciteit kunnen richten op de nieuwe regels.

Het volledige position statement, met in totaal twaalf aanbevelingen, is gepubliceerd op de website van DUFAS.

Meer over DUFAS
Profielpagina
DUFAS is een partner van Banken.nl