ING Woonbericht: Statusdruk en financiële drempels hinderen Generatie Z
Voor het eerst sinds de jaren 50 daalt onder de jongste generatie het vertrouwen om de woningmarkt te betreden. Uit het nieuwste ING Woonbericht blijkt dat Generatie Z zich grote zorgen maakt over de toekomstige woonmogelijkheden. Waar woningbezit decennialang vanzelfsprekend was, dwingt de huidige krapte starters tot ingrijpende concessies en financiële afhankelijkheid van familie.
De trend van ‘normaal’ woningbezit die na de wederopbouw werd ingezet, lijkt met de komst van GenZ te worden doorbroken. Waar babyboomers een woning kochten omdat dit financieel verstandig was, ervaart een derde van de huidige woningbezitters sociale druk van de familie of omgeving. Woningbezit raakt voor jongeren daarmee direct aan hun positie in de maatschappij.
Het onderzoek laat zien dat woningbezit in de decennia na de wederopbouw steeds normaler wordt”, stelt Wim Flikweert (Manager Wonen bij ING). “Deze trend wordt met GenZ doorbroken. En dat terwijl de druk toeneemt, want zonder eigen woning worden ze gezien als achterblijvers.”
Wrange parallel
Ondanks de verschillende motivaties ziet ING een opvallende overeenkomst in de beleving van de start op de woningmarkt. “Opvallend is dat zowel veel babyboomers als GenZ’ers aangeven dat het in hun tijd een uitdaging was om een huis te kopen”, aldus Flikweert. “Daar zie je een enigszins wrange parallel tussen de naoorlogse generatie en de huidige.”
Van de huidige woningbezitters maakte 56% van de GenZ’ers zich vooraf grote zorgen of zij hun woning in de toekomst nog kunnen betalen, tegenover 31% van de babyboomers. De vanzelfsprekendheid om een woning te bemachtigen wordt door de jongste generatie dan ook het laagst beoordeeld. Zij moeten vaker offers brengen en verschillende financieringsmogelijkheden combineren om een voet tussen de deur te krijgen.
De rol van de ‘bank van pa en ma’
De financiële onafhankelijkheid van starters is door de jaren heen drastisch afgenomen. Waar 62% van Generatie X hun eerste huis volledig met een hypotheek kon financieren, geldt dit voor slechts 24% van Generatie Z. Hulp van de familie is voor de jongste generatie inmiddels een noodzakelijke pijler geworden om de aankoop rond te krijgen.
Bij de babyboomers kreeg destijds slechts 6% hulp van de ouders, terwijl dat aantal bij de huidige starters van GenZ op 29% ligt. Flikweert duidt deze verschuiving door te wijzen op het vermogen van de ouders. “Ouders met eigen huis stimuleren hun kinderen wellicht meer in het kopen van een huis, maar zijn ook vaak vermogender en dus ook beter in staat hun kroost te helpen om een woning te bemachtigen.”
Toekomstbeeld
De zorgen over de komende jaren blijven groot: 55% van de GenZ’ers vreest voor de eigen woonmogelijkheden in de nabije toekomst. Dit vertaalt zich in een grotere bereidheid om concessies te doen, waarbij 41% van de jongeren openstaat voor alternatieve vormen zoals gedeeld wonen, tegenover 18% van de babyboomers.
Opvallend is dat ook babyboomers weinig vertrouwen hebben in het vinden van een geschikte woning in de toekomst: Slechts twee op de vijf ouderen denken in de toekomst nog een passende woning te vinden. “Dit heeft mogelijk te maken met het beperkte aantal seniorenwoningen dat op de markt beschikbaar is”, aldus Flikweert
Desondanks steeg het algemene vertrouwen in de woningmarkt dit kwartaal licht naar een index van 110, vooral dankzij een verbeterde economische situatie die door alle generaties wordt gevoeld.

