Van ‘check-the-box’ naar een risicogebaseerde mindset

30 juni 2023 Banken.nl 8 min. leestijd

Bankieren makkelijker maken voor bonafide klanten én tegelijkertijd nog moeilijker voor malafide partijen. Dat beogen banken met hun recent gepubliceerde NVB Standaarden. Die bieden banken uitgangspunten voor een meer risicogebaseerde anti-witwasaanpak. Banken kunnen zeker niet achteroverleunen, benadrukken Steffie Schwillens en Willem Schudel van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). “Het is ‘meer waar nodig, minder waar het kan’ en niet andersom.” Dit artikel is eerder verschenen in Bank | Wereld Online, een uitgifte van de Nederlandse Vereniging van Banken.

In 2022 publiceerde De Nederlandsche Bank (DNB) het rapport ‘Van herstel naar balans’. Dat beschrijft een aantal gevolgen van het aangescherpte beleid van banken in hun rol als poortwachter in de uitvoering van de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft). Recent sloten DNB en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) de eerste Ronde Tafels af die volgden op de publicatie van het rapport.

Tijdens de Ronde Tafels werden de belangrijkste knelpunten en de verdere invulling van de risicogebaseerde aanpak besproken. Met als resultaat de eerste vijf NVB Standaarden (Risk Based Industry Baselines) - gemaakt voor en door de bankensector. Er zijn er nog circa 12 in de maak, waaronder voor sectoren met specifieke risico-indicatoren, zoals de automotive sector.

Kunnen jullie iets meer vertellen over de achtergrond van ‘Van herstel naar balans’? 

Willem Schudel, bij DNB als afdelingshoofd binnen het integriteitstoezicht verantwoordelijk voor onder andere de samenwerking met ketenpartners: “De risicogebaseerde aanpak is natuurlijk niet nieuw. Die is al opgenomen in de Wwft en in ons toezicht. Het rapport moet gelezen worden als een invulling van deze risicogebaseerde aanpak. Die invulling kwam er om grofweg drie redenen."

"Ten eerste omdat we zagen dat veel financiële instellingen - waaronder banken – van ver moesten komen om te voldoen aan hun Wwft-verplichtingen.  Banken zetten de afgelopen jaren meer mensen in om hun poortwachtersrol in te vullen. Hierbij maakten ze meer kosten en gingen ze vaak strenger controleren. Dat was ook hard nodig."

"Die controles dienen om serieuze ondermijnende criminaliteit aan te pakken en ons financieel systeem schoon te houden. Dit leidde er onder meer toe dat banken aanzienlijk meer ongebruikelijke transacties hebben geïdentificeerd en gemeld. Maar ook kwam de vraag op of deze aanpak niet slimmer kon."

"Ten tweede bereikte ons het signaal dat - mogelijk als gevolg van de strengere invulling door banken - bepaalde klantgroepen moeilijker een bankrekening kregen. Tot slot rezen er vragen, ook uit de media, over de effectiviteit van het hele anti-witwassysteem. Dat alles maakte dat we zijn gaan kijken: hoe komen we tot een slimmere, effectievere en efficiëntere anti-witwasaanpak?”

Wat vinden jullie dat banken meer (of minder) moeten doen?

Steffie Schwillens, bij DNB afdelingshoofd toezicht financieel-economische criminaliteit en verantwoordelijk voor het integriteitstoezicht op de banken: “Witwassen hangt samen met zeer zware criminaliteit die onze hele maatschappij ontwricht. Banken zitten in de unieke informatiepositie om patronen in geldstromen te zien en zo bij te dragen aan de bestrijding van criminaliteit."

"Om risico’s naar boven te halen, is wel het essentieel dat banken kun klanten ook echt kénnen. Waar wij vinden dat banken nu op de lagere risico’s wellicht heel streng zijn uit angst om te weinig te doen, moeten we tegelijk constateren er op de hogere risico’s soms nog te weinig wordt gedaan. Kern van de risicogebaseerde aanpak is niet alleen minder waar het kan. Maar ook meer waar nodig.”

Wat betekent dat voor het klantonderzoek in de praktijk?

Schwillens: “Nodig is de slag van een mindset puur gericht op technische compliance - op ‘check the box’ - naar een mindset gericht op het managen van risico’s . Van ‘is met deze vraag deze regel gecoverd?’ naar ‘is dit transactiepatroon logisch bij deze klant? Snap ik wat er gebeurt?’ Wat mij betreft was het nooit de vraag of banken minder konden doen op lage risico’s; logisch dat dat soms kan."

"Onze zorg was en is of banken voldoende in staat zijn om lage van hoge risico’s te onderscheiden. Zitten in de grote portefeuilles laagrisico geen hoogrisico-klanten? Ons beroep op de sector tijdens de Ronde Tafels was steeds: breng beter in kaart wat de risico’s in jouw portefeuille zijn, bij welke klantgroepen je welke acties kunt ondernemen als bank. Uit zo’n vraagstelling volgt dan welke klantgroepen beter onderzocht moeten worden en welke klanten je meer kunt ontzien.”

Hoe zit het volgens jullie met de ‘open norm’ van de Wwft waar banken mee worstelen?

Schwillens: “Daarover hoor je verschillende geluiden. Enerzijds dat de open norm te onduidelijk is, anderzijds dat DNB hem te veel inkleurt. Ik snap de struggle van banken. Maar bedoeling van een open norm is dat instellingen die zelf kunnen invullen. Wat wij belangrijk vinden: banken moeten keuzes kunnen onderbouwen en de dingen in de juiste volgorde doen."

"Start eerst met een goede risicoanalyse om te snappen wat in je portefeuille zit. Zet er daarna transactiemonitoring en alert-afhandeling op. Nu heb ik soms het idee dat er aan de achterkant begonnen wordt."

"Veel alerts generen en wegwerken, zonder dat bekend is of de alerts aansluiten bij de risico’s. Banken moeten durven om risicogebaseerd te werken. Durf je dat ook goed op te schrijven en vast te leggen, dan kun je beter aan je toezichthouder uitleggen als je eens een keer iets gemist hebt.”

Hoe schoven jullie aan bij de Ronde Tafels? 

Schwillens: “Onze insteek was een open gesprek vanuit risicogebaseerd perspectief, waarbij we probeerden ons van te voren niet al te veel te laten inkaderen door de wet. Van dat laatste krijg je later in het proces soms wel een beetje last. De wet is immers zeker risicogebaseerd, maar op een aantal punten ook behoorlijk zwart-wit.”

Schudel: “Neem bijvoorbeeld het aanvullend klantonderzoek bij zakelijke relaties met hoog-risico-landen. Het betreffende wetsartikel omschrijft vrij helder wat een bank dan moet doen. Risicogebaseerd onderzoek lijkt dan in eerste instantie geen optie. Dus we vroegen aan banken: waar zit in jullie praktijk de pijn?"

"Banken gaven bijvoorbeeld aan dat ook kleine transacties in hoogrisico-landen – voor het spreekwoordelijke ijsje bij toeristisch bezoek aan Marokko – aanvullend klantonderzoek vereisen. Tijdens zo’n Ronde Tafel kijk je samen nog eens goed naar de wet en welke redelijke maatregelen je van daaruit kunt verwachten. Dat proces samen doorlopen was ook voor ons heel verhelderend.”

Wat is wat jullie betreft het belangrijkste resultaat van de Ronde Tafels?

Schudel: “De stappen die zijn gezet richting het verder invullen van het risico-gebaseerd toezicht. Zodat we uiteindelijk effectiever kunnen zijn in het tegengaan van financiёle criminaliteit. Banken en toezichthouder werken voor een belangrijk deel aan het hetzelfde doel – de sector schoonhouden."

"Ieder doet dit vanuit zijn eigen perspectief en mandaat. Een open gesprek draagt bij aan meer wederzijds begrip. Voor ons is dat: snappen waar banken in de praktijk tegenaan lopen. Waarom iets simpel lijkt, maar ingewikkeld is om goed te doen. En andersom. Ik zag veel wil en energie bij de sector om tot positieve resultaten te komen.”

Schwillens: “Belangrijk ook voor mij is het aangaan van een open gesprek. Niet meer langs elkaar heen praten, maar met elkaar. Ook de punten waarover je het oneens bent, liggen nu op tafel. We merkten dat de boodschap uit onze visie echt is geland."

"En dat het ingeroeste beeld van DNB als halsstarrig strenge toezichthouder wellicht een beetje is losgekomen. Ook in mijn dagelijks toezicht heb ik wat aan deze gesprekken met de bankensector. Na de zomer publiceert DNB een update van de Wwft-Leidraad voor financiёle instellingen.”

Wat is voor jullie de grootste uitdaging van de risicogebaseerde benadering?

Schwillens: ‘De gang van papier naar praktijk. Veel banken hebben zeer complexe portefeuilles waarop ze de baselines moeten operationaliseren. Een enorme klus. Voor ons zit de uitdaging om daar daadwerkelijk risicogebaseerd toezicht op te houden. Het zal nooit perfect zijn. Dus wanneer is het goed genoeg? Hoe beoordeel je dat als toezichthouder? Dat zal ook nog zoeken worden. Natuurlijk kan er iets misgaan. Een bank kan iets niet in beeld hebben gehad, een nieuwe criminele modus operandi bijvoorbeeld."

"Maar kan de bank uitleggen waarom iets niet is gezien – als iets dat logisch volgt uit een gedegen aanpak waarin een bank een goed beeld heeft van wat er in portefeuille zit en waarop logische, doordachte analyses zijn gedraaid, heldere keuzes zijn gemaakt en ook de transactiemonitoring en de interne feedback loop zijn op orde – ja, dan is die uitleg voor een toezichthouder prima te accepteren. Die werkwijze, daar moeten we de komende jaren naartoe werken.”

Schudel tot slot: “Gebruik de standaarden als hulpmiddel, maar staar je er niet blind op, zou ik de sector willen meegeven. Bij het tegengaan van financiële criminaliteit gaat het uiteindelijk vooral om je mindset: kun je het, wil je het, doe je het?”

Meer AML-gerelateerd nieuws is te vinden op de AML-themapagina van banken.nl.