Vertrouwen ondanks naleving bankencode niet hersteld

18 januari 2017 Banken.nl 4 min. leestijd

Banken schatten het herstel van het vertrouwen van de consument te positief in. Uit het eindrapport van de Monitoring Commissie Code Banken, blijkt dat ondanks het goed naleven van de tweede Code Banken, er nog steeds een kloof bestaat tussen de consument en de bankier.

Door het uitbreken van de kredietcrisis liep het vertrouwen van consumenten in de bankensector flinke schade op. Om het vertrouwen te herstellen werd in 2010 de eerste Code Banken ingesteld, een gedragscode die in 2009 werd vastgesteld voor de Nederlandse Vereniging van Banken. De code omvat principes die betrekking hebben op de Raad van Commissarissen, de Raad van Bestuur, het risicomanagement, audit en beloningsbeleid van de bankensector. Voor de code geldt het pas toe of leg uit-beginsel van toepassing, wat betekent dat banken met een Nederlandse bankvergunning verplicht zijn in hun jaarverslagen te vermelden op welke wijze zij de principes toepassen en, indien van toepassing, uit te leggen waarom een principe niet of slechts gedeeltelijk is nageleefd het afgelopen jaar. In 2015 werd de code vernieuwd, naar aanleiding van aanbevelingen van de Monitoring Commissie Code Banken in 2013. 

De Monitoring Commissie Code Banken heeft, zoals de naam verraad, als taak het monitoren van de naleving van de Code Banken. De Commissie bestaat uit: voorzitter Inge Brakman, Cateautje Hijmans van den Bergh, Geert Raaijmakers en Ruben van Zwieten. Jan van Rutte is verbonden als permanent adviseur en de Commissie wordt ondersteund door secretaris Willem de Vocht (Nederlandse Vereniging van Banken).

Het afgelopen jaar heeft de Monitoring Commissie Code Banken de naleving van de gedragscode onderzocht. In haar eindrapport heeft de Commissie geconcludeerd dat de principes in de gedragscode voor het belangrijkste deel worden nageleefd. Maar daar waar in hoge mate aan de principes wordt voldaan, constateert de commissie dat dit niet leidt tot het verwachte herstel in vertrouwen van consumenten. Brakman: “We zien nog steeds een grote discrepantie tussen de rapportcijfers die banken zichzelf geven en het oordeel van consumenten en belangengroepen. Het lijkt erop dat de banken te positief zijn over de vorderingen. We zien dat banken werken aan het herstel van vertrouwen, maar daarmee is vertrouwen nog geen gegeven.”

De commissie constateert dat de tweede code principes bevat die minder goed meetbaar zijn, zoals goed leiderschap, integriteit en de maatschappelijke rol van banken. Om de naleving van deze principes te kunnen verdedigen zullen banken hun uitleg daarvan moeten verbeteren. Brakman: “De code wordt goed nageleefd, maar is nog niet voldoende doorleefd als het om de relatie met de samenleving gaat.” Vooral de invulling van de maatschappelijke rol van de bank wordt in de code sterk benadrukt, terwijl weinig banken laten zien hoe dit van invloed is geweest op de beoordeling van hun zakelijke activiteiten. De commissie vraagt om betere en duidelijker communicatie over de veranderingen die hieruit voortkomen.

Educatie, lastige dossiers en stakeholders
Volgens de Commissie is serieuze educatie vereist om een verandering in het gedrag en de cultuur van de bankensector te kunnen realiseren. Geld en de verplaatsing daarvan zijn per definitie verbonden aan ethische dilemma’s. Tijdens de studie en het werk van bankiers zouden zij hier meer over onderwezen moeten worden. Lastige dossiers zouden bovendien collectief en proactief moeten worden opgepakt binnen de sector, waar nu nog te vaak voor een defensieve houding gekozen wordt.

Om tot verbetering te komen adviseert de commissie het monitoren van de code te vervangen door het instellen van een onafhankelijke adviescommissie. Deze adviescommissie zou moeten bestaan uit consumentenorganisaties en andere stakeholders waarmee de sector op regelmatige basis in gesprek gaat. “Samenspraak en tegenspraak kan helpen de kloof met de samenleving te dichten”, concludeert Brakman.