Medewerker sleept JPMorgan Chase voor de rechter wegens seksueel misbruik en intimidatie
Een senior bankier heeft een rechtszaak aangespannen tegen JPMorgan Chase en een leidinggevende bij de bank, waarin hij stelt over een periode van maanden seksueel te zijn misbruikt en geïntimideerd door een directe chef. De bank ontkent de beschuldigingen.
De klager, die in de rechtbankstukken anoniem wordt aangeduid als John Doe, diende de zaak in bij de Supreme Court van New York. Hij beschuldigt Lorna Hajdini, executive director binnen de afdeling Leveraged Finance van JPMorgan Chase, van herhaald seksueel misbruik, racistische uitlatingen en beroepsmatige chantage.
Daarnaast voert de klager aan dat hij op meerdere momenten door Hajdini werd gedrogeerd met Rohypnol en andere farmaceutische middelen om hem te dwingen tot seksuele handelingen.
Naast Hajdini beschuldigt de klager JPMorgan Chase zelf van het faciliteren van het gestelde misbruik en van vergelding nadat hij intern een klacht indiende. Volgens de rechtbankdocumenten werd hij kort na die melding op non-actief gesteld en afgesloten van bedrijfssystemen, terwijl Hajdini en andere betrokkenen geen vergelijkbare maatregelen kregen opgelegd. Hajdini is nog altijd in dienst bij de bank.
JPMorgan Chase wijst de beschuldigingen van de hand. Een woordvoerder liet weten dat intern onderzoek geen bewijs heeft opgeleverd dat de claims ondersteunt. Daarbij merkte de bank op dat de klager heeft geweigerd mee te werken aan het onderzoek. Hajdini heeft nog niet publiekelijk gereageerd.
De klager stelt te lijden aan een posttraumatische stressstoornis als gevolg van de gebeurtenissen en zegt professioneel en financieel schade te hebben geleden. Via zijn advocaat vordert hij schadevergoeding voor gederfde inkomsten, emotioneel leed en reputatieschade, naast aanpassingen in het beleid van de bank.

