Extreme hitte kost EU-economie €180 miljard aan groei
De extreme zomerhitte kan de economische groei in de Europese Unie dit jaar volledig wegvagen. Triodos Bank raamt de schade op ongeveer 1% van de EU-economie, zo’n €180 miljard – precies de groei die voor 2026 was voorspeld. Ook de Nederlandse economie komt daarmee vrijwel tot stilstand.
Bijzonder is niet de conclusie dat opwarming geld kost – dat is wetenschappelijke consensus – maar de plaats waar die kosten landen: niet in een langetermijnmodel voor 2050, maar in het bruto binnenlands product (bbp) van het lopende jaar.
Productiviteit als grootste kostenpost
De bank brengt de schade langs vier kanalen in kaart. Lagere landbouwproductie en hogere voedselprijzen drukken de EU-groei met ongeveer 0,15 procentpunt; beperkte opwekking uit kern-, water- en thermische centrales plus hogere elektriciteitsprijzen met 0,12 tot 0,15 procentpunt; verstoringen op weg, spoor en binnenwater met 0,15 procentpunt. Het grootste verlies zit in arbeidsproductiviteit: ongeveer 0,6 procentpunt.
Dat effect is fysiologisch goed onderbouwd. Boven een drempel van 30 graden daalt de productie per gewerkt uur met circa 3% per extra graad, vooral in bouw, landbouw en industrie. Airconditioning dempt dat verlies, maar verhoogt de stroomvraag juist wanneer het aanbod het krapst is. Landen die aan hitte gewend zijn, leveren minder in.
Frankrijk het hardst getroffen
Achter het EU-gemiddelde zitten grote verschillen. Triodos rekent voor Frankrijk op een verlies van 1,4 procentpunt bbp-groei – genoeg voor een krimp van ongeveer 0,6%, doordat de prognose er al laag was. Ook Italië en Spanje verliezen fors, al is hun marginale verlies per hete dag kleiner door decennia van acclimatisatie.

Voor Nederland komt de bank uit op 0,8 procentpunt, bij een groeiprognose van 1%: vrijwel stilstand. Polen blijft met ongeveer 2,9% groei redelijk gespaard, simpelweg omdat het er deze zomer niet uitzonderlijk heet was. De landencijfers rusten op eigen modelwerk – een kwetsbaarheidsindex en een prognose voor de rest van de zomer – en zijn dus omgeven met onzekerheid.
De menselijke rekening
Voor het rekenwerk staat het rapport stil bij de tol. Tijdens de hittegolf van 22 tot en met 28 juni vielen in Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië naar schatting 20.400 hittegerelateerde doden. Voor de hele zomer gaat Triodos uit van ongeveer 25.000 sterfgevallen, wat gewaardeerd in verloren levensjaren op €1,5 tot €7 miljard aan kosten uitkomt.
Daar komen zwaar belaste ambulancediensten bij, en een natuurbrandseizoen dat op 30 juli al 434.976 hectare had verbrand – meer dan in enig eerder gemeten jaar. De last valt ongelijk: regio’s met slechtere woningen en meer energiearmoede kennen bij dezelfde temperaturen een hoger sterfterisico.
“Deze zomer laat zien dat klimaatverandering geen economisch risico ver in de toekomst is”, zegt Hans Stegeman, hoofdeconoom bij Triodos. “De extreme hitte die we vandaag allemaal ervaren, toont concreet hoe klimaatverandering levens, werknemers en welvaart in heel Europa zal beïnvloeden.”
Een rekening die doorschuift
Adaptatie helpt, maar gedeeltelijk: aanpassing kan het verlies aan arbeidsproductiviteit met ongeveer 40% beperken, niet wegnemen. En bescherming is ongelijk verdeeld – wie isolatie en koeling kan betalen, ontsnapt eerder aan de hitte.
Triodos wijst daarnaast op wat het een doomloop noemt. Klimaatschade vertraagt de economie, waarna de politiek juist het klimaatbeleid versoepelt om die groei te beschermen: op 17 juli verzwakte de Europese Commissie het pad van het emissieplafond in de jaren 2030, in naam van concurrentievermogen. Elk versoepeld beleid is volgens de bank een subsidie, betaald door wie de volgende hittegolf meemaakt.

