Het duurzame investeringsfonds van ABN AMRO heeft in 2025 naar schatting 269.592 ton CO₂e-uitstoot weten te vermijden. In 2024 lag dat cijfer nog op bijna 1,6 miljoen ton. Die scherpe daling is nagenoeg volledig te wijten aan de verkoop van twee grote deelnemingen, zo blijkt uit het Impact Report 2025 van ABN AMRO Corporate Investments.
ABN AMRO Corporate Investments, de investeringstak van de bank, steunt met aandelenkapitaal, fondsbeleggingen en hybride schuldfinanciering bedrijven die bijdragen aan de overgang naar een duurzame, koolstofarme economie. De tak heeft zich ten doel gesteld om tegen 2030 tot € 1 miljard te investeren in de klimaattransitie.
Een daling van het gerapporteerde impactcijfer zegt volgens de bank dan ook weinig over de prestaties van de onderliggende bedrijven; het getal weerspiegelt veeleer de wijzigingen in de portefeuillesamenstelling.
Twee verkopen verklaren bijna de gehele daling
Begin 2025 verkocht Corporate Investments twee van zijn deelnemingen: OG Clean Fuels ging naar Pioneer Point Partners en Eternal Sun Spire werd overgenomen door Bolster Investment Partners. Samen waren deze twee ondernemingen in 2024 goed voor ruwweg 92% van de totale vermeden CO₂-equivalent (CO₂e)-uitstoot binnen de gehele portefeuille.
Eternal Sun Spire alleen al rapporteerde over 2024 1,34 miljoen ton, terwijl OG Clean Fuels verantwoordelijk was voor 104.300 ton. Na het wegvallen van deze twee partijen resteerde er over dat jaar een vermeden uitstoot van circa 151.000 ton.
Het rapport vermeldt dat beide ondernemingen tijdens de looptijd van het aandeelhouderschap van ABN AMRO zijn uitgegroeid tot toonaangevende spelers in hun markten. Ook onder hun nieuwe eigenaren zetten zij hun bijdrage aan de energietransitie voort, maar die impact telt niet langer mee in het Sustainable Impact Fund.
Wat overblijft, is een portefeuille met investeringen in energietransitie, duurzame consumptie en de gebouwde omgeving, aangevuld met drie nieuwkomers: Revyve, MicroHarvest en Converge.
Onderliggende stijging door Ideematec
Wanneer de twee exits buiten beschouwing worden gelaten, liet de overgebleven portefeuille op vergelijkbare basis juist een geschatte stijging zien van 118.123 ton CO₂e ten opzichte van 2024. Die toename schrijft ABN AMRO toe aan commerciële groei en aan een verbeterde beschikbaarheid en kwaliteit van data. Uit de tabel in het rapport blijkt dat die vooruitgang sterk geconcentreerd is.
Vrijwel de volledige stijging is toe te schrijven aan het Duitse Ideematec, een producent van geavanceerde zonnepanelen-trackers. Dit bedrijf zag zijn gerapporteerde vermeden uitstoot toenemen van 51.400 naar 171.626 ton. Voor het eerst kon Ideematec dit jaar conservatief kwantificeren hoeveel extra hernieuwbare energie zijn volgsystemen opleveren; dat effect alleen al verklaart ruim 107.000 ton van de stijging.
Daarnaast groeide het geïnstalleerde vermogen van 0,9 naar 1,1 gigawatt, voornamelijk dankzij grootschalige projecten in de Verenigde Staten.
In absolute volumes bewogen de overige posities nauwelijks vergeleken met de sprong van Ideematec, al waren er procentueel wel verschuivingen. Colibri Energy, met 71.704 ton de tweede partij in de tabel, bleef nagenoeg stabiel (72.450 ton in 2024).
Daarentegen zag energiehandelsplatform ETPA zijn gerapporteerde impact dalen van 17.600 naar 11.709 ton. Commerciële schaalvergroting en aangescherpte meetmethoden lopen in de rapportage door elkaar heen, een dynamiek die het rapport zelf ook expliciet onderkent.
Breder perspectief op klimaatfinanciering
Nieuw in deze editie is dat ABN AMRO voor het eerst een integraal overzicht publiceert van al zijn klimaatgerichte financieringsactiviteiten binnen Corporate Investments. Via acht gespecialiseerde venturecapital- en private-equityfondsen, waaronder SET Ventures, Forbion en Innovation Industries, had de tak in 2025 een indirect belang in 47 bedrijven die oplossingen ontwikkelen op het gebied van energietransitie, industriële decarbonisatie, biotechnologie, duurzame landbouw en deeptech.
Daarnaast verstrekt het team via Hybrid Debt flexibel groeikapitaal aan scale-ups die hun technologie en marktpotentieel hebben bewezen, maar nog niet in aanmerking komen voor reguliere bancaire kredieten.
Deze financieringsvorm combineert een kredietfaciliteit met een aandelenachtige component, zoals warrants of een exitvergoeding, waardoor ondernemers verwatering van hun aandelenbezit beperken. Specifieke investeringsbedragen voor deze tak worden in het rapport niet vermeld.
Beperkingen van Scope 4-metingen
Bij alle gerapporteerde cijfers benadrukt ABN AMRO dat het gaat om modelschattingen die niet rechtstreeks aan de bank zelf worden toegerekend. Omdat er in de markt nog weinig consensus bestaat over methoden om gerealiseerde impact toe te kennen aan individuele investeerders, blijft het rapporteren op het niveau van onderliggende impactfactoren volgens het rapport de meest transparante en werkbare route.
Vermeden uitstoot – in vaktermen ook wel scope 4 genoemd – valt bovendien buiten het Greenhouse Gas Protocol, de toonaangevende internationale standaard voor emissieboekhouding. De richtlijnen voor deze categorie zijn volop in ontwikkeling. Het rapport waarschuwt investeerders dan ook om vergelijkingen met andere publicaties met de nodige terughoudendheid te benaderen.
De forse schommelingen door portefeuillewijzigingen bewijzen dat die waarschuwing net zo goed geldt voor een vergelijking met de eigen cijfers van voorgaande jaren.