Mogelijk verlaagt instapdrempel met nieuw vastgoedfinancieringsfonds vanaf €25.000

10 juni 2026 Banken.nl 2 min. leestijd

Mogelijk Vastgoedfinancieringen opent Fonds 20, een nieuw vastgoedfinancieringsfonds waarin beleggers vanaf €25.000 kunnen instappen. Met die verlaagde drempel maakt de financier deelname mogelijk voor een bredere groep investeerders. Het fonds keert maandelijks uit, met een prognose van 6% en een looptijd van vijf jaar.

De lagere instap speelt in op twee bewegingen. Bestaande vermogende investeerders kunnen vaker en sneller herhaalde investeringen doen, terwijl Mogelijk tegelijk een nieuwe groep beleggers aanboort die tussen €25.000 en €100.000 willen inleggen - een segment dat groeit met de opmars van individueel vermogensbeheer.

Nieuwe groep beleggers

Vastgoedfinancieringsfondsen en onderhandse leningen waren lange tijd vooral het domein van institutionele partijen en vermogende particulieren die met grote bedragen instapten. Door de drempel naar €25.000 te verlagen, komt het product binnen bereik van de zogeheten mass affluent: spaarders met een bovengemiddeld vermogen die bij de huidige spaarrentes naar meer rendement zoeken.

Dat een bredere groep via een fondsstructuur kan meedoen, wordt mogelijk gemaakt door het strenge Europese AIFMD-regime waaronder Mogelijk opereert. Waar de grens voor dit soort fondsen vaak op €100.000 ligt, stelt de volledige AIFMD-vergunning de beheerder in staat om de markt van kleinere particuliere beleggers gereguleerd te betreden. Daarnaast beschikt Mogelijk over een ECSP-vergunning voor haar directe crowdfundingactiviteiten.

Eerste hypotheekrecht als zekerheid

Binnen deze structuur fungeren de instappende beleggers collectief als financier: zij leggen eigen vermogen in, dat door het fonds als zakelijke hypotheek wordt verstrekt aan ondernemers. Fonds 20 investeert uitsluitend in financieringen met een recht van eerste hypotheek op naam van het fonds.

Dat eerste recht bepaalt in belangrijke mate het risicoprofiel. Komt een ondernemer zijn verplichtingen niet na, dan kan het onderliggende pand worden verkocht en staat het fonds als eerste hypotheekhouder vóór andere schuldeisers in de rij bij de verdeling van de opbrengst.

Die voorrangspositie beperkt het verwachte verlies bij wanbetaling en onderscheidt de financiering van een ongedekte lening, waarbij een verstrekker bij een faillissement doorgaans achteraan aansluit.

Hoe hard die zekerheid is, hangt af van de waarde van het vastgoed en de verhouding tussen de lening en die waarde: hoe lager de financiering ten opzichte van de taxatie, hoe groter de buffer voordat een belegger verlies lijdt.

Tegen die achtergrond moet ook de 6% per jaar worden gelezen. Het rendement ligt hoger dan op een spaarrekening of staatsobligatie, maar is van andere aard: het kapitaal zit voor de looptijd van vijf jaar vast en valt, anders dan spaargeld, niet onder het depositogarantiestelsel - het leunt op de onderliggende vastgoed- en kredietrisico’s.