T+1 in Europa: het aftellen begint nu echt
Met de officiële invoeringsdatum van T+1 in Europa op 11 oktober 2027, is de sector een belangrijke voorbereidingsfase ingegaan. Hoewel die deadline nog ver weg lijkt, is de realiteit in de markt duidelijk: de meeste bedrijven zijn verre van klaar, en de kloof tussen koplopers en achterblijvers groeit snel.
In de wereld van effectenhandel verwijst T+1 naar de tijd tussen het moment waarop een transactie wordt gedaan en het moment waarop deze officieel is ‘afgewikkeld’. De T staat voor de dag van de trade, en +1 betekent dat binnen één werkdag na die trade zowel de betaling als de levering van de effecten moet zijn afgerond – in plaats van twee dagen zoals nu gebruikelijk is (T+2).
Met andere woorden: als een aandeel op maandag wordt gekocht, zijn de geld- en effectenstromen op dinsdag echt afgerond. Dit verkort de periode van onzekerheid en maakt markten efficiënter en risicovoller kleiner omdat de tijd tussen handelen en afwikkeling korter wordt.
Wie is er klaar voor?
Binnen de sell-side varieert de mate van voorbereiding sterk. Sommige banken stellen nog steeds de meest basale vraag: “Wat moeten we eigenlijk doen voor T+1?” Deze organisaties bevinden zich nog in de beginfase, voeren impactanalyses uit en proberen de omvang van de veranderingen te begrijpen.
Aan de andere kant van het spectrum staan grote, wereldwijd verbonden banken die hun vereisten afronden, budgetten veiligstellen en resources inzetten. Eén internationale bank heeft de overgang zelfs gebruikt om verouderde systemen volledig uit te faseren.
De buy-side laat een vergelijkbare spreiding zien. Veel vermogensbeheerders zitten nog in de impactanalysefase, terwijl sommige middelgrote partijen te comfortabel zijn en ervan uitgaan dat custodians of brokers het grootste deel van de veranderingen opvangen. Die aanname klopt niet.
Het algemene beeld: bewustzijn is er, echte gereedheid ontbreekt. Slechts weinig bedrijven hebben budgetten vastgelegd, operationele modelwijzigingen gedefinieerd of de benodigde cross-functionele resources bepaald om T+1 veilig en duurzaam in te voeren.
Het moment van de technologische waarheid
T+1 legt de beperkingen van legacy-systemen bloot. Voor bedrijven die nu pas een ingrijpende technologische verandering overwegen, is het te laat om vóór de livegang een grootschalige aanpassing te doen. Dat betekent echter niet dat strategisch handelen niet meer kan.
De prioriteit is nu een heldere north star-architectuur definiëren en vaststellen welke systemen, bevestigingsplatformen, voorraadbeheertools en reconciliatiesystemen gemoderniseerd moeten worden. Gerichte aanpassingen kunnen nog vóór 2027, terwijl grotere transformaties direct daarna gepland kunnen worden.
Leidinggevende teams moeten een lastige vraag onder ogen zien:
“Als we de komende 18 maanden niet investeren, zullen we dan echt na de livegang investeren?” Is het antwoord nee, dan kan het verstandiger zijn om nu te investeren, zelfs als het volledige voordeel pas later zichtbaar wordt.
Tegelijkertijd moeten bedrijven accepteren dat velen korte-termijn buffers nodig zullen hebben om de T+1-druk op te vangen. Extra mensen inzetten is echter geen structurele oplossing: het brengt kosten, complexiteit en risico met zich mee. Uiteindelijk is modernisering van technologie onvermijdelijk.
Blinde vlekken in processen en afwikkeling
De grootste risico’s zijn organisatorisch, niet technisch. Huidige processen die nu nog uren duren en meerdere teams betrekken, zoals het aanmaken van een nieuwe ISIN, zijn straks onhoudbaar. Lange hand-offs moeten drastisch ingekort worden.
Bij allocaties kan een ontbrekend account nu een vier uur durend probleem zijn; onder T+1 moet dat binnen 15 minuten opgelost zijn.
Een ander onderschat gebied is gedeeltelijke afwikkeling. Veel CSD’s zeggen dit te ondersteunen, maar bedrijven gebruiken het zelden op grote schaal. Het is alsof je zegt: “Ik kan een plank doen.” Misschien kan je er één, maar kun je hem tien minuten volhouden? Het verschil tussen theoretische mogelijkheid en operationele uithoudingsvermogen is precies waar bedrijven druk zullen voelen.
Tot slot is het hold-and-release-proces een groot risico. Veel bedrijven stellen afwikkelingsinstructies uit totdat contanten beschikbaar zijn. Onder T+1 wordt dit een risicofactor, met grote intraday-exposures en onzekerheid over financiering. Slechts weinig bedrijven hebben realtime inzicht in wat er in hold staat, waarom en hoe releases prioriteit krijgen.
De belangrijkste stap nu
Het meest concrete wat bedrijven nu kunnen doen is eenvoudig:
Wees in staat om duidelijk te laten zien hoe je aan elk T+1-vereiste voldoet in het VK, Zwitserland en de EU. Kun je dat vandaag niet? Dan ben je nog niet klaar.
Definieer het vereiste. Bepaal je aanpak. Stem technologie, operatie en controles op elkaar af. Wijs eigenaarschap toe. Zorg dat het plan op een gedetailleerd niveau bestaat, niet alleen conceptueel.
T+1 is niet alleen een compliance-tijdlijn; het is een kans om lang bestaande fricties in het operationele model aan te pakken. Bedrijven die de komende 18 maanden slim inzetten, halen niet alleen de deadline, ze worden sterker, sneller en veerkrachtiger daarna.
Een artikel van Jeroen van der Kroft, Partner bij EY. Klik hier voor meer informatie of meld je aan voor de Eye on Banking nieuwsbrief.

