Nederlandse grootbanken willen minder afhankelijk zijn van Amerikaanse techbedrijven

12 februari 2026 Banken.nl 2 min. leestijd

Rabobank, ING en ABN AMRO onderzoeken hoe zij hun afhankelijkheid van grote Amerikaanse techbedrijven kunnen verkleinen. Dat bevestigen de banken tegenover de NOS. Daarbij trekken ze gezamenlijk op met andere grote Europese banken.

Banken maken nog altijd in hoge mate gebruik van Amerikaanse technologie, bijvoorbeeld voor clouddiensten en toepassingen op het gebied van AI. Volgens Rabobank-topman Stefaan Decraene is die afhankelijkheid een gegeven: de belangrijkste IT-partners van zijn bank zijn gevestigd in de Verenigde Staten.

De discussie over deze afhankelijkheid leeft breder in Europa. Zowel de Europese Commissie als toezichthouders, waaronder de Europese Centrale Bank, hebben hun zorgen uitgesproken over de dominante positie van Amerikaanse technologiebedrijven.

Die zorgen zijn verder toegenomen sinds de Amerikaanse president Trump in april dreigde met een wereldwijde handelsoorlog, ook richting de Europese Unie. Geopolitieke spanningen – zoals recente uitspraken over Groenland – versterken de angst in Brussel dat technologische afhankelijkheid ooit als politiek drukmiddel kan worden gebruikt.

Werken aan Europese alternatieven

Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat Amerikaanse techgiganten daadwerkelijk een ‘shut-off’-knop zouden gebruiken, erkennen de banken dat het risico bestaat. Decraene zegt dat Rabobank daarom samenwerkt met andere partijen aan oplossingen. “Dit moet een gezamenlijke Europese inspanning zijn”, benadrukt hij.

Volgens hem komen de huidige initiatieven vooral vanuit de sector zelf, niet vanuit Europese toezichthouders. Het doel is om binnen Europa sterkere cloud- en datastructuren op te bouwen en zo de technologische autonomie van het continent te vergroten.

Ook ING bevestigt tegenover de NOS dat het onderzoekt hoe het minder afhankelijk kan worden van Amerikaanse aanbieders, met name op het gebied van cloudtechnologie. Topman Steven van Rijswijk gaf eerder aan dat ING weliswaar een eigen cloudomgeving heeft, maar dat essentiële onderdelen daarvan nog steeds afkomstig zijn van Amerikaanse leveranciers.

Decraene verwacht tot slot dat dit proces niet snel zal verlopen. Volgens hem duurt het naar schatting nog drie tot vijf jaar voordat Europa daadwerkelijk minder afhankelijk is van Amerikaanse technologie.