Banken en andere financiële instellingen mogen onder strikte voorwaarden opnieuw gegevens delen van personen die een risico vormen voor het financiële stelsel. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft daarvoor toestemming gegeven via het vernieuwde Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI).
Met dit waarschuwingssysteem kunnen banken nagaan of (potentiële) klanten of (voormalige) medewerkers eerder betrokken zijn geweest bij fraude of andere vormen van financiële criminaliteit. Als iemand bijvoorbeeld eerder bij een bank fraude pleegde, kan dat aanleiding zijn om die persoon extra te screenen of zelfs te weigeren. Zo wordt voorkomen dat fraudeurs eenvoudig kunnen overstappen naar een andere financiële instelling.
Volgens de sector is het systeem een belangrijk instrument in de strijd tegen financiële criminaliteit. Banken benadrukken dat zij een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben om fraude tegen te gaan en het vertrouwen in het financiële stelsel te beschermen.
Tegelijkertijd erkennen banken dat opname in het waarschuwingssysteem grote gevolgen kan hebben voor betrokkenen. Daarom gelden strikte regels. Voordat iemand wordt opgenomen, maken instellingen een zorgvuldige afweging waarbij alle relevante omstandigheden worden meegewogen – zoals de ernst van de fraude, de rol van de persoon en persoonlijke factoren als leeftijd of mogelijke dwang.
Ook de duur van de registratie wordt kritisch beoordeeld. Die is niet standaard, maar afhankelijk van de specifieke situatie. Deze waarborgen zijn expliciet vastgelegd in het vernieuwde PIFI.
Strakkere regels en langere looptijd
Het nieuwe protocol brengt enkele belangrijke wijzigingen met zich mee. Zo is duidelijker vastgelegd welke financiële instellingen aan het waarschuwingssysteem mogen deelnemen. Daarnaast is een jaarlijkse controle verplicht gesteld om te toetsen of het systeem goed functioneert en of de deelnemers zich aan de regels houden.
Opvallend is dat de looptijd van het PIFI is verlengd van vijf naar acht jaar. Dat moet zorgen voor meer stabiliteit en continuïteit in de gezamenlijke aanpak van fraude binnen de sector.
De banken benadrukken dat het waarschuwingssysteem niet alleen in hun eigen belang is, maar ook in dat van klanten en de samenleving als geheel. Fraude en misbruik leiden immers direct tot financiële schade voor klanten en ondermijnen het vertrouwen in het financiële systeem.
Door informatie te delen en risico’s vroegtijdig te signaleren hopen banken schade te beperken en herhaling van fraude te voorkomen. Het vernieuwde PIFI moet daarbij zorgen voor een betere balans tussen effectieve fraudebestrijding en bescherming van persoonsgegevens.