Chris Hulsegge X Leaders in Finance: de pensioentransitie richting 2028

19 maart 2026 Banken.nl 5 min. leestijd

De Nederlandse pensioensector staat midden in een van de grootste financiële transities ooit. Tijdens het Leaders in Finance Pensioen Event 2026 kwamen bestuurders, toezichthouders en pensioenuitvoerders samen om te bespreken hoe de sector ervoor staat richting de invoering van het nieuwe pensioenstelsel.

Namens Brunel was onder andere Business Unit Manager Finance & Risk Chris Hulsegge aanwezig. Zijn belangrijkste conclusie na een middag vol keynotes en paneldiscussies: De transitie is begonnen, maar de grootste uitdaging ligt nog voor ons.

Waar staat de pensioentransitie nu?

Het event werd geopend door regeringscommissaris Fieke van der Lecq, die verantwoordelijk is voor het begeleiden van de sector richting de Wet toekomst pensioenen (Wtp).

Zij gaf een duidelijke update: ongeveer de helft van de deelnemers zit inmiddels in een nieuwe pensioenregeling. Dat klinkt positief, maar betekent ook dat de andere helft nog moet invaren vóór de deadline van 1 januari 2028.

Nederland heeft bewust gekozen voor een overgangsperiode van drie jaar (2025–2028), in plaats van een harde overgangsdatum zoals in sommige andere landen. Men kan dus zelf bepalen wanneer ze overstappen op de nieuwe pensioenregeling. Maar die flexibiliteit heeft ook een keerzijde. Volgens Hulsegge zorgt dit ervoor dat sommige organisaties al klaar zijn, terwijl anderen nog moeten beginnen.

“Het klinkt positief dat de helft al over is, maar de realiteit is dat er ook nog ontzettend veel werk aankomt. Vooral kleinere regelingen moeten nog beginnen, en daar zit vaak ook veel handmatig werk in.”

Data is onmisbaar in de pensioentransitie

Een van de meest opvallende bijdragen kwam van pensioenprofessor Yves Stevens (KU Leuven), die de pensioenhervorming in een bredere historische context plaatste. Hij benadrukte hoe uitzonderlijk de Nederlandse operatie eigenlijk is. Volgens Stevens is het nog nooit eerder gebeurd dat zo’n enorme hoeveelheid pensioengeld en deelnemers tegelijkertijd wordt overgezet naar een nieuw systeem.

Een belangrijke reden dat de overgang relatief soepel verloopt, is volgens hem de enorme investering die pensioenorganisaties de afgelopen jaren hebben gedaan in datakwaliteit.

“Als je data niet op orde is, kun je zo’n transitie simpelweg niet uitvoeren. Dat pensioenfondsen dat nu grotendeels wel op orde hebben, is echt indrukwekkend.”

Voor organisaties die nog moeten starten, is dat meteen een duidelijke les: datakwaliteit is de basis van de hele transitie.

Pensioen wordt individueler

Een ander belangrijk punt uit de presentatie van Stevens ging over een fundamentele verandering in het nieuwe stelsel: pensioen wordt veel individueler.

Waar pensioen vroeger vooral werd gezien als een collectieve voorziening, krijgen deelnemers straks meer inzicht in hun eigen pensioenvermogen en meer keuzemogelijkheden. Zo wordt het mogelijk om bijvoorbeeld een deel van het pensioenbedrag in één keer op te nemen, maar ook om meer invloed te hebben op hoe het pensioenvermogen wordt belegd. Bij sommige pensioenfondsen kunnen deelnemers straks bijvoorbeeld kiezen tussen een defensieve, neutrale of offensieve beleggingsstrategie.

Voor jongere deelnemers kan een offensievere strategie interessant zijn. Zij hebben immers nog veel tijd om eventuele schommelingen op de beurs op te vangen en kunnen op de lange termijn vaak meer rendement behalen. Naarmate deelnemers dichter bij hun pensioenleeftijd komen, wordt juist vaker gekozen voor een defensievere strategie, waarbij risico’s worden beperkt, geeft Hulsegge aan.

Zo’n individuele pensioenregeling klinkt aantrekkelijk, maar volgens Stevens brengt het ook risico’s met zich mee. Die grotere keuzevrijheid maakt pensioen tegelijkertijd ook complexer.

Volgens Stevens kan het ertoe leiden dat deelnemers hun pensioen steeds meer gaan zien als hun eigen spaargeld, in plaats van een collectieve voorziening. En dat kan weer nieuwe discussies oproepen over bijvoorbeeld hoeveel geld mensen in één keer mogen opnemen en hoe groot hun invloed op het vermogen zou moeten zijn.

Juist daarom wordt het voor pensioenorganisaties steeds belangrijker om deelnemers goed mee te nemen in de achterliggende keuzes en risico’s.

De grote uitdaging: communicatie

Tijdens verschillende panels kwam één onderwerp steeds terug: communicatie richting deelnemers. In het verleden werd er nauwelijks over pensioen gecommuniceerd. Veel mensen kregen jaarlijks een brief die vaak gescand werd en in de prullenbak belandde.

Maar met het nieuwe stelsel verandert dat. Omdat pensioen meer afhankelijk wordt van marktomstandigheden, kan het ook wisselvalliger worden. Waar deelnemers de afgelopen jaren vaak positieve berichten kregen door sterke beursresultaten, kunnen er in de toekomst ook jaren zijn waarin pensioenverwachtingen juist dalen. Juist dan wordt duidelijke communicatie cruciaal.

Als mensen alleen positieve berichten hebben gehad en er komt ineens een brief dat hun verwachte pensioen lager uitvalt, dan gaan ze vragen stellen. Als organisatie moet je kunnen uitleggen hoe dat komt. Veel organisaties hebben er daardoor baat bij om nu al te investeren in kennissessies en voorlichting voor werkgevers en deelnemers, om de veranderingen beter te verklaren.

Wat Brunel in de praktijk ziet

Voor Hulsegge waren veel inzichten herkenbaar vanuit de dagelijkse praktijk. Binnen Brunel werkt hij veel met organisaties in de pensioen- en verzekeringssector. Daar ziet hij dat de druk richting de transitie steeds verder oploopt. “Bij veel organisaties zie je dat de intensiteit van het werk toeneemt. De transitie versnelt en er komt simpelweg meer werk op de sector af.”

Daar komt nog een andere uitdaging bij: talent. Er is veel vraag naar ervaren pensioenspecialisten, maar tegelijkertijd moet de sector ook investeren in nieuwe professionals. Volgens Hulsegge ligt daar een belangrijke rol voor organisaties én voor partners zoals Brunel.

“We hebben ervaren professionals, maar iedereen zit achter dezelfde mensen aan. Daarom is het ook belangrijk om nieuw talent op te leiden dat de sector de komende jaren kan versterken.”

Advies aan organisaties

Als Hulsegge één advies zou moeten geven aan organisaties richting 2028, is het simpel: "Begin op tijd en werk samen."

“Zoek elkaar op binnen de sector als je tegen uitdagingen aanloopt en zorg dat je tijdig de juiste capaciteit en expertise hebt. Dan voorkom je dat de transitie je overkomt.” 

Want hoewel de eerste stappen al zijn gezet, wordt de komende periode beslissend. De pensioentransitie is namelijk niet alleen een beleidsverandering. Het is een operationele en organisatorische uitdaging van enorme omvang. En voor veel organisaties begint die uitdaging nu pas echt.