ABN AMRO door het stof vanwege slavernijverleden

19 april 2022 Banken.nl 3 min. leestijd

Een aantal rechtsvoorgangers van ABN AMRO is in de achttiende en negentiende eeuw betrokken geweest bij slavenhandel, plantageslavernij en de handel in producten die hun oorsprong vonden in slavernij. Omdat “slavernij onbeschrijflijk veel leed heeft veroorzaakt”, biedt de bank zijn “diepgevoelde excuses” aan voor zijn historische betrokkenheid in de slavernij.

Het Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) ontving van ABN AMRO de opdracht om het slavernijverleden van de bank te onderzoeken. Uit dit onderzoek zou onder andere blijken dat ABN AMRO-voorganger Hope & Co een spilfunctie vervulde in de achttiende-eeuwse internationale slavernij-economie.

Zo behaalde het bedrijf niet alleen een groot deel van zijn winst uit slavernij gerelateerde activiteiten, maar bemoeide het zich ook actief met het beheer van de plantages. Ook een andere rechtsvoorganger van de bank – Mees & Zoonen – was betrokken in verzekeringen van slavenschepen en transport van door slaafgemaakten geoogste producten.

Directe invloed

“Het onderzoek levert nieuwe kennis op over de slavernijbetrokkenheid van historische voorlopers van ABN AMRO en de financiële sector waar zij deel van uitmaakten”, legt Pepijn Brandon (senior onderzoeker bij het IISG en hoofd van het onderzoeksteam) uit. “Hope & Co was de grootste financiële handelsonderneming van Nederland aan het eind van de achttiende eeuw.”

Uit het onderzoek zou blijken dat slavernijgerelateerde activiteiten een kernactiviteit van dit bedrijf waren. Mees & Zoonen zou weliswaar een kleinere speler zijn, maar ook de activiteiten van dit bedrijf blijken diep verweven met slavernij. “Financiële beslissingen genomen in kantoren in Amsterdam en Rotterdam hadden directe invloed op de levens van duizenden slaafgemaakten”, aldus Brandon.

Erkennen van leed

Volgens Robert Swaak heeft de bank in zijn driehonderd-jarige geschiedenis veel om trots op te zijn. De CEO van ABN AMRO erkent echter dat dit verleden ook zijn schaduwkant heeft. “Het huidige ABN AMRO kan deze periode uit zijn geschiedenis niet ongedaan maken. We beseffen dat dit onrecht uit het verleden ook na de officiële afschaffing van de slavernij heeft voortgeduurd. ABN AMRO biedt zijn excuses aan voor het handelen en de pijn die deze voorgangers in het verleden hebben veroorzaakt.”

De bank legt uit dat het de afgelopen tijd overleg heeft gevoerd met diverse vertegenwoordigers uit de gemeenschappen van nazaten over de onderzoeksresultaten. Daaruit zou onder andere blijken dat zij – naast erkenning van het leed – behoefte hebben aan concrete stappen die de huidige structurele maatschappelijke achterstand helpen verbeteren die nazaten van tot slaafgemaakten kunnen ervaren.

“Als bank die ‘Banking for better generations to come’ als purpose heeft, maakt ABN AMRO zich vandaag de dag sterk om sociale ongelijkheid te helpen verbeteren en diversiteit en inclusie te bevorderen, zowel binnen de bank als in de samenleving als geheel. De bevindingen en conclusies van het IISG onderzoek versterken onze betrokkenheid bij deze doelen”, vervolgt de bank.

Een plek geven

De bank stelt daarnaast een afspiegeling te willen zijn van de Nederlandse maatschappij. Daarom wil de bank in gesprek blijven met de vertegenwoordigers van de gemeenschap om verder te onderzoeken hoe de bank zijn bestaande activiteiten beter kan inzetten en nieuwe initiatieven kan ontwikkelen of ondersteunen. ABN AMRO is voornemens om zijn inspanningen en prestaties op dit onderwerp te rapporteren in het Integrated Annual Report.

Tot slot stelt de bank ervoor te willen zorgen dat de nieuwe kennis over de schaduwzijden van zijn geschiedenis, een vaste plek krijgt in de openbare geschiedenis van ABN AMRO.