Nieuwe verordening EU beschermt beleggers tegen ‘greenwashen’

25 februari 2020 Banken.nl 5 min. leestijd

Beleggers krijgen nieuwe handvatten in het vaststellen van hoe groen investeringen nu daadwerkelijk zijn. Is dat een beetje, is dat helemaal of eigenlijk helemaal niet? Het wordt er niet eenvoudiger op, met alle claims die bedrijven tegenwoordig doen over hun ‘groene’ inspanningen. De EU komt daarom met een nieuwe verordening die streng toeziet op duurzaamheidsclaims en beleggers de mogelijkheid geeft het kaf van het koren te scheiden. Nina Peters van consultancybureau Charco & Dique licht de nieuwe ontwikkeling toe. 

De aandacht voor duurzaam beleggen is de afgelopen jaren stevig toegenomen. Synoniemen voor duurzaam beleggen zijn ook wel groen beleggen of verantwoord beleggen. Beleggen met oog voor het klimaat of voor betere sociale verhoudingen. Bedrijven zien die ontwikkeling natuurlijk ook en ze strijden om het hardst om de titel ‘meest duurzaam’. Helaas komt niet elk groen beleid voort uit innerlijke motivatie, maar is het vaak ook gewoon opportunisme dat hen drijft. Groen is immers ‘big business’ en consumenten betalen graag iets meer als ze daarmee een stukje schuldgevoel kunnen afkopen. Echt kwalijk wordt het als bedrijven veel minder groen zijn dan ze zich voordoen, ofwel als zij zich bezondigen aan ‘greenwashing’. 

Ryanair

Charco & Dique wijst als voorbeeld naar luchtvaartmaatschappij Ryanair. Ryanair kwam begin deze maand in opspraak vanwege een campagne die het vorig jaar lanceerde, met de kreet ‘Europe’s lowest fares, lowest emissions airline’. Wat bleek namelijk? Ryanair baseerde die stelling op een onderzoek uit 2011, waarin veel andere luchtvaartmaatschappijen überhaupt niet in meegenomen waren. Een ander bekend voorbeeld is influencer Anna Nooshin, die op Instagram poseerde met een drinkflesje van gerecycled plastic, onderwijl Shell prijzend voor deze vondst. Het leverde haar en Shell bakken kritiek op en de term ‘greenwashing’ was niet van de lucht. Zo zijn er talloze voorbeelden van bedrijven die groen zijn of groen doen omdat ze weten dat het scoort. 

Interessant is overigens dat de term ‘greenwashing’ zeker niet nieuw is. De term ontstond al medio jaren 80, als gevolg van een campagne van de Amerikaanse olieproducent Chevron. In een commercial maakten medewerkers van Chevron zich hard voor allerlei diersoorten, zoals beren, vlinders en schildpadden. Het fenomeen zelf is bovendien nog weer ouder. De financiële sector is zeker geen witte raaf, zo concludeerden de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) en toezichthouder AFM. Ook daar lopen beleggers het risico in valkuilen te trappen en mogelijk dat zij ze zelfs eigenhandig graven. De EU komt daarom met een taxonomieverordening, die korte metten moet maken met bedrijven die investeerders (en consumenten) in de luren leggen. 

Vier criteria

Er zijn vier criteria waarop de EU meet of bedrijven zichzelf duurzaam mogen noemen. De bedrijfsactiviteit:

  • Moet bijdragen aan een van de zes duurzaamheidsdoelen van de EU (deze zes doelen zijn allemaal klimaat- en/of milieugerelateerd).
  • Mag geen schade opleveren aan een van de andere duurzaamheidsdoelen.
  • Moet voldoen aan de standaarden van de International Labour Organization.
  • Moet voldoen aan verschillende technische beoordelingscriteria.

''Het is eigenlijk heel simpel: voldoe je aan deze criteria, dan mag je de duurzaamheidsclaims uit de verordening gebruiken. Voldoe je niet, dan mag je deze claims niet gebruiken”, legt Nina Peters van Charco & Dique uit. ’Voor beleggers wordt het hierdoor makkelijker om het kaf van het koren te scheiden. Als een onderneming een duurzaamheidsclaim maakt die genoemd is in de verordening (bijvoorbeeld: “ecologisch duurzaam”), dan weet je als belegger voortaan precies wat dit betekent.’’

Geen stickers plakken

De verordening – die vanaf december 2021 gefaseerd in werking treedt – maakt dat fondsbeheerders bijvoorbeeld niet zomaar het stickertje ‘duurzaam’ op hun producten mogen plakken. Peters: “Zij zullen moeten nagaan of de betreffende activiteit daadwerkelijk voldoet aan de eisen van de taxonomieverordening, en opletten dat ze geen termen gebruiken die ze niet mogen gebruiken. Zo voorkomen ze compliance- en reputatieproblemen.” 

De verordening is niet alleen bedoeld om valsspelers te bestraffen, maar juist ook om eerlijke partijen extra wind in de zeilen te geven. “Organisaties die voldoen aan de criteria om duurzaamheidsclaims te gebruiken, kunnen zich duidelijker onderscheiden van partijen die niet deze niet mogen gebruiken,’’ vertelt Peters. Gelet op de steeds groenere voorkeuren van beleggers, kan dit ervoor zorgen dat het voor 'groene organisaties' eenvoudiger wordt om kapitaal op te halen.”

Plooien om glad te strijken

Met de verordening lijkt de EU een Ei van Columbus te introduceren. Maar er zijn nog wel wat plooien om glad te strijken. Een eerste nadeel is dat er behoorlijk wat capaciteit en data nodig zal zijn om te kunnen vaststellen welke claims wel en niet gemaakt mogen worden. Gebruikmaking van de taxonomie kan daardoor – met name voor kleine partijen – nogal wat voeten in de aarde hebben. Daarnaast zijn de definitieve technische criteria nog niet vastgesteld. Peters: ‘’Als deze criteria ruimte laten voor verschillende interpretaties, zou het zomaar kunnen dat de taxonomie uiteindelijk minder duidelijkheid geeft dan de bedoeling was.’’ Ten slotte richt de verordening uitsluitend op klimaat- en milieuclaims. “Willen we alle vormen van greenwashing tegengaan, dan zullen we ook voorwaarden moeten verbinden aan claims op het gebied van sociale (S) en governance (G) factoren,’’ vindt Peters. “Zo voorkomen we ook meteen dat beleggers hun vermogen disproportioneel alloceren aan beleggingen die goed scoren op E-gebied, waardoor er minder vermogen overblijft voor projecten die S- en/of G-vriendelijk zijn.”