Bijna alle jonge werkenden gebruiken AI, maar bij problemen op het werk kloppen ze vooral aan bij collega’s en leidinggevenden. Dat blijkt uit onderzoek van Nationale-Nederlanden en Stichting Join Us onder ruim duizend werkenden tussen de 18 en 34 jaar. De helft van hen voelt zich weleens eenzaam.
Nationale-Nederlanden en Stichting Join Us, een organisatie die eenzaamheid onder jongeren tegengaat, onderzochten hoe werk bijdraagt aan de sociale en mentale gezondheid van jonge werkenden. De uitkomsten verschijnen vlak voor de Week tegen Eenzaamheid, die komende week van start gaat.
“De cijfers laten zien dat jonge werkenden behoefte hebben aan echte verbinding”, zegt Maurice Koopman (CEO Schade & Inkomen bij Nationale-Nederlanden). “Technologie biedt veel mogelijkheden, maar vervangt menselijk contact niet. Juist in een hybride werkomgeving, waar veel wordt thuisgewerkt, is bewust naar elkaar omkijken essentieel.”
Voor financiële instellingen raakt dat aan een concrete personeelsvraag. Ze zijn grote werkgevers van jonge professionals en tegelijk aanbieder van inkomens- en verzuimproducten, en hebben er dus dubbel belang bij te weten wat medewerkers verbonden houdt.
Minder contacten dan in de studietijd
Ongeveer driekwart (76%) van de jonge werkenden voelt zich verbonden met collega’s. Tegelijk zegt 41% minder sociale contacten te hebben dan tijdens de studie- of schooltijd; het werk vult die leegte dus niet vanzelf.
Eenzaamheid speelt niet bij iedereen, maar wel bij een duidelijke groep. In het dagelijks leven voelt 38% zich soms eenzaam en 12% regelmatig of vaak. Vrouwen geven dat vaker aan dan mannen, 44% tegenover 30%.
“Sociaal contact vergroot de zelfverzekerdheid, zeker bij jongeren die na of al tijdens hun studie moeten wennen aan een nieuwe omgeving”, zegt Jolanda van Gerwe (directeur-bestuurder van Stichting Join Us). “Werkgevers kunnen veel betekenen door ontmoeting niet aan het toeval over te laten, maar bewust ruimte te maken voor contact, samenwerking en sociale steun.”
AI als hulpmiddel, geen vertrouweling
Slechts 6% van de jonge werkenden gebruikt nooit AI. Ze zetten het in voor advies over werk of carrière (48%) en om hun gedachten te ordenen (27%).
Toch is de technologie geen vertrouweling. Bij persoonlijke problemen wenden jonge werkenden zich vooral tot hun partner (59%), vrienden (53%) en familie (50%); bij problemen op het werk tot collega’s (55%) en leidinggevenden (33%). Minder dan een op de tien (9%) noemt AI als steunbron.
Datzelfde beeld komt terug in wat de groep zelf vraagt. Om zich verbondener te voelen willen jonge werkenden vooral meer gezamenlijke activiteiten (45%), meer contact met collega’s (29%), coaching (20%) en flexibiliteit (19%). Slechts 2% noemt meer toegang tot technologie zoals AI.
“AI kan helpen om informatie te vinden en gedachten te ordenen, maar technologie vervangt niet wat mensen voor elkaar betekenen”, zegt Koopman. Volgens hem bepaalt verbondenheid niet alleen hoe mensen hun werk ervaren, maar vaak ook of zij bij een organisatie willen blijven.
Het onderzoek werd in augustus 2026 uitgevoerd door onderzoeksbureau Norstat onder ruim duizend werkenden tussen 18 en 34 jaar die minimaal drie maanden in loondienst waren.