ABN AMRO heeft in het tweede kwartaal van 2026 een nettowinst van €781 miljoen geboekt, een stijging van 29% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Hogere netto rentebaten en provisiebaten, in combinatie met groei in de hypotheek- en zakelijke kredietportefeuille, droegen bij aan dit resultaat.
Het rendement op eigen vermogen kwam uit op 12,1%. Een jaar eerder boekte de bank in het tweede kwartaal nog €606 miljoen winst. Ook ten opzichte van het eerste kwartaal van dit jaar, waarin ABN AMRO een nettowinst van €693 miljoen behaalde, was sprake van groei. Het operationeel inkomen lag 6% hoger dan in het voorgaande kwartaal, vooral dankzij hoge commerciële netto rentebaten en provisiebaten.
De groei werd mede gedragen door een aanhoudende klantvraag. De hypotheekportefeuille groeide met €1,7 miljard en de zakelijke kredietverlening met €2,7 miljard. Ook de provisiebaten vielen hoger uit. Dat kwam onder meer door een stijging van het beheerd vermogen. Wealth Management haalde in het tweede kwartaal €2,3 miljard aan netto nieuw vermogen op. Daarnaast bleven de resultaten bij Clearing sterk.
Baten omhoog, kosten omlaag
Op basis van de resultaten heeft ABN AMRO de verwachting voor de commerciële netto rentebaten over heel 2026 verhoogd naar €6,8 miljard. Tegelijkertijd stelde de bank de kostenverwachting naar beneden bij, van de eerdere verwachting naar €5,5 miljard.
In beide ramingen is voor het eerst de bijdrage van NIBC meegenomen. De overname van de Haagse bank werd op 1 augustus afgerond.
De lagere kostenverwachting hangt samen met een verdere vereenvoudiging van de organisatie. Het aantal voltijdbanen daalde in het tweede kwartaal met 253, voornamelijk doordat het aantal interne medewerkers afnam. Sinds eind 2024 heeft ABN AMRO daarmee ongeveer 45% van de doelstelling voor 2028 gerealiseerd.
De bank houdt wel een slag om de arm bij de kostenontwikkeling in de tweede helft van het jaar. Die is mede afhankelijk van de cao-onderhandelingen, die in september worden hervat.
Kredietkwaliteit en dividend
De kredietkwaliteit bleef in het tweede kwartaal robuust. De risicokosten kwamen uit op 4 basispunten. De risicogewogen activa daalden licht, doordat de groei van de activiteiten grotendeels werd gecompenseerd door optimalisatie van de portefeuille.
De Common Equity Tier 1-ratio (CET1) verbeterde daarmee naar 15,9%. Daarnaast heeft ABN AMRO een interim-dividend vastgesteld van €0,68 per aandeel.
CEO Marguerite Bérard noemt de basis onder de resultaten stevig. “De Nederlandse economie bleef veerkrachtig, ondersteund door gezonde consumentenbestedingen en een verbetering van het consumentenvertrouwen, hoewel de inflatie hoog bleef”, stelt ze.
De ECB verhoogde de depositorente in juni met 25 basispunten. ABN AMRO rekent in september op een verdere verhoging, omdat de inflatoire gevolgen van de energieschok nog niet volledig zichtbaar zijn.
“We gaan de tweede helft van het jaar met vertrouwen tegemoet”, besluit Bérard.