Seksschandaal bij JPMorgan krijgt nieuwe wending – directeur in de tegenaanval met smaadaangifte

28 mei 2026 Banken.nl 2 min. leestijd

Lorna Hajdini, de directeur bij JPMorgan die wordt beschuldigd van seksueel wangedrag, heeft een tegenzaak aangespannen tegen voormalig bankier Chirayu Rana wegens laster en smaad. Volgens Hajdini heeft Rana bewust onjuiste beschuldigingen verspreid, waarmee hij haar reputatie en carrière ernstige schade zou hebben toegebracht.

De zaak is onlangs ingediend bij het Hooggerechtshof van de staat New York. In de aanklacht stelt Hajdini dat Rana maandenlang een campagne voerde met volgens haar verzonnen beschuldigingen, die breed aandacht kregen en een grote impact hadden op haar professionele positie.

Volgens de juridische documenten ontkent Hajdini alle aantijgingen. Haar advocaten stellen dat de beschuldigingen “volledig onjuist, kwaadwillig en verzonnen” zijn en zouden zijn ingezet met als doel financieel gewin.

De verdediging van Hajdini voert aan dat Rana de beschuldigingen gebruikte om druk uit te oefenen op zowel haar als JPMorgan, met als uiteindelijk doel het afdwingen van een miljoenenvergoeding.

Daarnaast wordt in de tegenzaak gesteld dat Rana in een eerdere werkomgeving vergelijkbare beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag tegen een leidinggevende zou hebben geuit. Deze verwijzing wordt aangevoerd om vraagtekens te plaatsen bij de geloofwaardigheid van de huidige aantijgingen.

Volgens Hajdini is de procedure bedoeld om haar naam te zuiveren en Rana verantwoordelijk te houden voor de schade die volgens haar is veroorzaakt.

Miljoenenvoorstel afgewezen

Saillant detail is dat JPMorgan eerder zou hebben geprobeerd de zaak buiten de rechtszaal te schikken. Volgens mediaberichten zou de bank Rana een schikkingsvoorstel van circa 1 miljoen dollar hebben gedaan om de zaak te beëindigen. Rana wees dit voorstel naar verluidt af in de hoop op een hogere vergoeding, waarna de aantijgingen openbaar werden gemaakt.

JPMorgan heeft verklaard dat intern onderzoek is uitgevoerd en dat daarbij geen bewijs is gevonden ter ondersteuning van de beschuldigingen. Volgens de bank was het schikkingsvoorstel geen erkenning van schuld, maar een poging om reputatieschade en langdurige juridische procedures te voorkomen.

De advocaat van Rana plaatste daar kanttekeningen bij. Hij stelde dat werkgevers doorgaans geen substantiële bedragen aanbieden wanneer zij volledig overtuigd zijn dat beschuldigingen ongegrond zijn.