Innovatie banken kan sneller door samenwerking met opensource-community’s

10 augustus 2020 Banken.nl 7 min. leestijd

Banken zijn voortdurend op zoek naar innovatie en krijgen vanuit allerlei richtingen handvatten aangereikt. De opensource-community – een verzameling van ontwikkelaars met de gedeelde ambitie om betere opensourcesoftware te maken – is één van deze waardevolle bijdragers. Toch ervaren banken flinke uitdagingen in het aansluiten bij dergelijke community’s. Aan het woord is Tim Hooley, EMEA FSI chief technologist bij software-ontwikkelaar Red Hat.

Opensourcesoftware is software waarvan de broncode kan worden aangepast en verbeterd door ontwikkelaars wereldwijd. Het wordt door maar liefst 93% van de IT-leiders in de financiële sector bestempeld als cruciaal voor hun organisatie. Op dit moment is 40% van de gebruikte software opensource. En dit percentage zal naar verwachting in de komende twee jaar stijgen tot 46%.

Hoewel banken al lange tijd zakelijke opensourceproducten gebruiken, is er nog een gebied waar ze nauwelijks mee bezig zijn, namelijk de deelname aan projecten van 'upstream' opensource-community’s. Het zijn de deelnemers die deze community’s zo bijzonder maken. Ze hebben gedeelde interesses en schrijven samen code om betere opensourcesoftware te maken. Deze projecten kunnen zowel door gepassioneerde individuen als door bedrijven worden gestart. 

Linux is een goed voorbeeld van een project dat door Linus Torvalds is bedacht en vervolgens organisch is gegroeid. Zodra bedrijven hun software openstellen voor de community kan iedereen een bijdrage leveren. Werken in upstream communities is een slimme tactiek voor organisaties die sneller willen innoveren. 

Voordelen van samenwerken met de upstream

Upstream betrokkenheid biedt financiële dienstverleners een scala aan voordelen, waarvan de eerste schaalgrootte is. Banken kunnen profiteren van de ideeën en middelen die duizenden ontwikkelaars wereldwijd voortbrengen. In ruil voor het investeren van tijd, middelen en misschien zelfs geld, krijgen ze toegang tot de output van honderden ontwikkelaars die aan bepaalde code werken.

Bovenop de productiviteitswinst en de ideeën van de bredere talentenpoel, kunnen bedrijven die actief participeren invloed uitoefenen op het ontwikkelplan van het product – een voordeel dat je bij het gebruik van propriëtaire software niet vaak krijgt door de afhankelijkheid van de leverancier voor het toevoegen van functionaliteit. Een grote Spaanse bank liet een deel van haar IT-team deelnemen aan een bestaand opensourcemiddleware-project, waardoor het zelf sturing kon geven aan de mogelijkheden voor bedrijfsprocesbeheer. De software werd vervolgens in gebruik genomen als een door een leverancier beveiligd en ondersteund product. 

Upstream samenwerking vergroot en schaalt niet alleen de eigen inspanningen van bedrijven op ontwikkelgebied, maar geeft ze ook toegang tot een gevarieerde mix van perspectieven op het gebied van programmeren en qua zakelijke uitdagingen. De community-leden kunnen een breed scala aan achtergronden hebben, waardoor de financiële dienstverleners kunnen profiteren van inzichten die in andere sectoren zijn opgedaan. Door deel te nemen aan deze projecten kunnen banken nieuw talent aantrekken en kunnen ze hun eigen ontwikkelaars behouden door ze aan te moedigen hun expertise te vergroten en hun individuele reputatie te versterken.

Hoe kunnen banken invloed uitoefenen in de upstream community?

Er zijn drie belangrijke manieren waarop banken hun invloed en bijdrage aan de upstream community kunnen vergroten. Dit hebben ze te danken aan de waardevolle middelen die velen van hen tot hun beschikking hebben. 

Ten eerste: het verstrekken van financiering. Dit kan inhouden dat er wordt betaald voor een fulltime community-manager om het project te overzien en te helpen om het van de grond te krijgen. Of door het sponsoren van evenementen, meetups of andere initiatieven die een toegevoegde waarde hebben. Er zijn voorbeelden van bedrijven die moeite hadden om goed talent aan te trekken en sinds het sponsoren van een opensource-project overspoeld worden door cv’s van potentiële nieuwe medewerkers. Het is een beproefde methode voor succes.

De tweede manier is door het leveren van personeel in de vorm van eigen ontwikkelaars om de bestaande talentenpool aan te vullen.Ten slotte kunnen banken ook op technisch niveau waardevol leiderschap bieden. Zo kunnen ze hun expertise gebruiken om de kwaliteit van de code te controleren die door de upstream ontwikkelaars wordt geproduceerd. Of juist op community-niveau, door de ontwikkelaars te motiveren of community-bijeenkomsten te organiseren.

Opensource is het meest succesvol als organisaties verder kijken dan enkel hun eigen behoeften.

Zoals het gezegde luidt: 'je haalt eruit wat je erin stopt'. Het is belangrijk om op te merken dat banken er niet zomaar vanuit moeten gaan dat er ineens honderden ontwikkelaars aan hun code gaan werken als ze die open source maken. Zoals bij elk community-initiatief moeten de deelnemers een actieve bijdrage leveren. Opensource is het meest succesvol als organisaties verder kijken dan enkel hun eigen behoeften en helpen de voordelen voor de community als geheel te vergroten. 

Initiatieven als FINOS (Fintech Open Source Foundation) hebben dit gedaan. FINOS biedt een forum voor open samenwerking in de financiële dienstensector, waarvan het Symphony-programma een prominent voorbeeld is. Symphony is opgericht door een grote investeringsbank om een beveiligd messaging- en samenwerkingsplatform voor de banksector te realiseren. Vervolgens hebben meerdere organisaties en individuen een bijdrage geleverd en is het sterk gegroeid. 

Waarom grijpen niet meer banken de kans?

Als de voordelen zo duidelijk zijn, waarom nemen dan niet meer financiële dienstverleners deel aan de upstream community’s? Vaak moeten banken de gepercipieerde risico’s evalueren, zoals verlies van intellectueel eigendom (IP), concurrentiekracht of productiviteit. Het lijkt wellicht contra-intuïtief om ontwikkelaars toe te staan hun ideeën te delen waardoor ze ook voor concurrenten beschikbaar zijn. Banken vrezen dat ze mogelijk de controle of de exclusiviteit van hun ideeën kunnen verliezen. 

De realiteit is dat het maanden of jaren kan duren voordat producteigenschappen intern ontwikkeld zijn, terwijl die ideeën bij opensource in veel kortere tijd kunnen worden gebouwd en verbeterd. Het is ook de moeite waard om erop te wijzen dat een bedrijf zich het meest kan onderscheiden van de concurrentie met de klantgerichte laag. Ondertussen vormen de onderliggende platformtechnologieën zoals Kubernetes (de huidige standaard voor het beheer van containertoepassingen) of Linux een gemeenschappelijke basis zijn voor een groot aantal bedrijven. Om die reden trekken ze veel medewerkers aan, en daar liggen de grootste kansen.

Banken vrezen dat ze mogelijk de controle of de exclusiviteit van hun ideeën kunnen verliezen.

Tot slot, en misschien wel het meest cruciaal, zijn er structurele barrières die veel banken moeten overwinnen voordat ze aan de upstream kunnen deelnemen. Niet alle banken beschikken over de technische of juridische mechanismen om hun code buiten de bedrijfsfirewall te versturen. De overgang van oude organisatiestructuren, die misschien al twintig jaar of meer bestaan, is niet altijd gemakkelijk. Een rigide bedrijfsbeleid over wat medewerkers wel en niet mogen doen is niet-triviaal als een bedrijf technologisch wendbaar wil zijn. Het belang van deze culturele uitdaging wordt al door banken erkend en velen werken hard aan de aanpak ervan.

In een sterk gereguleerde sector kost het voor bedrijven tijd om het beleid en de organisatorische veranderingen door te voeren die nodig zijn om deel te nemen aan opensource-community’s. Maar naarmate de software-ecosystemen zich blijven uitbreiden, zal innovatie in de financiële dienstverlening steeds meer in opensource plaatsvinden. Daar zijn duidelijk voordelen mee te behalen, waardoor het de moeite waard is om de kans aan te grijpen.