Nederland voert voor het derde achtereenvolgende jaar Marsh’ internationale ranglijst van pensioenstelsels aan. Met de omvangrijke hervorming die nu wordt uitgerold, wil het land voorkomen dat die leidende positie de komende decennia onder druk komt te staan.
Het jaarlijkse onderzoek van Marsh (voorheen Mercer) en CFA Institute geldt als een belangrijke internationale graadmeter voor de kwaliteit van pensioenstelsels. De kracht van een stelsel wordt beoordeeld aan de hand van een reeks indicatoren, verdeeld over drie categorieën: toereikendheid, houdbaarheid en integriteit.
Nederland heeft binnen de internationale pensioenwereld een bijzondere status opgebouwd. Ons land behoort al meer dan een decennium steevast tot de koplopers en bezet sinds 2023 opnieuw de eerste plaats.
“Dat Nederland opnieuw bovenaan de wereldranglijst staat, onderstreept de kracht van ons pensioenstelsel”, zegt Marc Heemskerk, actuaris en consultant bij Marsh. “Dit is bijzonder positief, juist nu we midden in een van de grootste pensioenhervormingen van de afgelopen decennia zitten.”
Van de 55 onderzochte pensioenstelsels, die samen 66% van de wereldbevolking vertegenwoordigen, behaalden naast Nederland nog vijf landen de hoogste A-status. Het gaat om IJsland, Denemarken, Israël, Singapore en voor het eerst ook Australië. Deze zes stelsels zijn robuust: ze bieden toereikende pensioenuitkeringen die op lange termijn houdbaar zijn, in combinatie met solide regelgeving en toezicht.
Verbeterpunten
Hoewel Nederland bovenaan de ranglijst staat, eindigde het op geen van de drie afzonderlijke categorieën op de eerste plaats. Op het gebied van toereikendheid staat Nederland tweede, na Koeweit, waar ouderen financieel goed worden ondersteund en inwoners een hoge netto-vervangingsratio hebben. Op het gebied van houdbaarheid scoren Denemarken en IJsland beter dan Nederland. Op het gebied van regelgeving en toezicht staat ons land op de zesde plaats.
Volgens Marsh en CFA Institute kan Nederland zijn score verbeteren door de schulden van huishoudens terug te dringen, een pensioentoeslag in te voeren voor mensen die voor jonge kinderen zorgen en opgebouwde pensioenaanspraken van deelnemers beter te beschermen tegen fraude.
“De prioriteit voor het Nederlandse pensioensysteem ligt nu bij het voortbouwen op deze sterke basis en ervoor te zorgen dat het nieuwe stelsel ook op de lange termijn financiële zekerheid en een toereikend pensioen blijft bieden aan toekomstige generaties", aldus Heemskerk.
Stelsels onder druk
De onderzoekers constateren dat pensioenstelsels wereldwijd steeds meer onder druk komen te staan doordat de geboortecijfers dalen en de levensverwachting stijgt. Traditionele pensioenleeftijden van 60 of 65 jaar sluiten daardoor steeds minder goed aan bij de realiteit van een langer en gezonder leven.
Ook moeten pensioenstelsels beter aansluiten op de uiteenlopende manieren waarop mensen leven en werken, waaronder de opkomst van platformwerk en deeltijdwerk.
Tim Jenkins (partner bij Marsh en hoofdauteur van het rapport) wijst erop dat de cijfers laten zien dat zelfs de best presterende pensioenstelsels zich moeten blijven ontwikkelen. “Geen enkel stelsel kan het zich veroorloven stil te blijven staan bij deze demografische veranderingen. Wat voor het ene land, stelsel of individu de juiste aanpak is, hoeft dat voor het andere niet te zijn. Maar alle stelsels moeten zich aanpassen.”
Met de Wet toekomst pensioenen wil Nederland inspelen op de veranderende omstandigheden op de arbeidsmarkt. De belangrijkste veranderingen zijn de overstap van uitkeringsovereenkomsten naar premieregelingen, de invoering van een leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie, de afschaffing van de doorsneesystematiek en de overgang naar een persoonlijker en transparanter pensioenstelsel.