Jonge Nederlanders beleggen steeds vaker zelf, maar hebben tegelijkertijd te maken met studieschulden, hoge woonlasten en zorgen over hun pensioen. Volgens Wim van Zwol, hoofd Benelux en Nordics bij vermogensbeheerder Vanguard, kan vroeg beginnen met beleggen op de lange termijn veel opleveren. Wel moeten jonge beleggers eerst hun financiële basis op orde hebben.
Beleggingsapps, ETF’s en sociale media maken het voor twintigers gemakkelijker om zelf de beurs op te gaan. Tegelijkertijd is hun financiële uitgangspositie niet altijd even sterk. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut is het aantal mensen met een studieschuld tussen 2011 en 2025 bijna verdubbeld, van 754.000 naar 1,59 miljoen. De gemiddelde studieschuld bedraagt €18.200.
Ook de woningmarkt vormt een uitdaging. Het CBS meldde dat in 2024 minder jongeren onder de 25 jaar de woningmarkt betraden en dat het aantal thuiswonende 25- tot 35-jarigen toenam. Jonge volwassenen moeten hun beschikbare geld daardoor verdelen over woonlasten, studieschulden, sparen en vermogensopbouw.
Volgens Van Zwol begint verantwoord beleggen niet bij de keuze voor aandelen of ETF’s, maar bij inzicht in de eigen financiën. Jonge beleggers moeten eerst weten hoeveel geld er binnenkomt en welke vaste lasten daartegenover staan.
Denk aan uitgaven zoals huur, aflossing van een studieschuld, rekeningen en vervoer. Daarnaast is het belangrijk om geld achter de hand te houden voor onverwachte kosten. Van Zwol adviseert een buffer die past bij de persoonlijke situatie: van een bedrag voor incidentele uitgaven tot drie à zes maanden aan uitgaven, om grotere tegenvallers zoals werkloosheid op te vangen.
Pas wanneer die basis op orde is, komt beleggen in beeld. Geld dat op korte termijn nodig is, kan immers niet zonder meer voor langere tijd op de beurs worden vastgezet.
Vroeg beginnen kan duizenden euro’s verschil maken
Wie eenmaal voldoende financiële ruimte heeft, kan profiteren van een lange beleggingshorizon. Juist daarin ligt volgens Van Zwol een belangrijk voordeel voor twintigers.
Hij illustreert dat met twee voorbeelden. Iemand die vanaf zijn twintigste maandelijks €250 belegt, heeft op zijn 65e in totaal €135.000 ingelegd. Een belegger die hetzelfde bedrag per maand inlegt, maar pas op zijn dertigste begint, heeft op die leeftijd €105.000 ingelegd.
Bij een gemiddeld rendement van 5 procent per jaar, na kosten, groeit het vermogen van de vroege starter in deze berekening tot circa €490.000. De belegger die tien jaar later begint, komt uit op ongeveer €277.000. Het verschil bedraagt daarmee ruim €210.000.
De voorbeelden zijn uitsluitend illustratief en bieden geen garantie op het genoemde rendement. Ze laten wel zien hoe rendement-op-rendement kan bijdragen aan vermogensgroei: beleggingsopbrengsten kunnen op hun beurt weer rendement opleveren. Hoe langer het geld kan renderen, hoe groter dat effect kan zijn.
Ook pensioen vraagt om aandacht
Naast het moment waarop iemand begint met beleggen, wijst Van Zwol op het belang van pensioenopbouw. Deelname aan een bedrijfspensioenregeling kan een belangrijke bijdrage leveren aan de financiële situatie op latere leeftijd.
Voor jonge werkenden is het daarom verstandig om niet alleen naar hun huidige inkomen en uitgaven te kijken, maar ook naar hun financiële doelen op de lange termijn. De keuzes die zij aan het begin van hun loopbaan maken, kunnen immers doorwerken in hun latere financiële positie.
Daarbij is het belangrijk om rekening te houden met het risico dat bij beleggen hoort. Aandelen bieden doorgaans meer rendementspotentieel op de lange termijn, maar kennen ook grotere koersschommelingen. Obligaties zijn over het algemeen stabieler, maar bieden doorgaans minder rendementspotentieel.
Welke verhouding tussen aandelen en obligaties passend is, hangt volgens Van Zwol af van het beleggingsdoel, de beleggingshorizon en de persoonlijke risicobereidheid. Spreiding over verschillende sectoren en regio’s kan bovendien helpen om de afhankelijkheid van afzonderlijke markten te beperken.
Niet de snelste winst, maar een goed plan
De opkomst van beleggingsapps en sociale media maakt beleggen toegankelijker, maar kan ook de aandacht vestigen op snelle winsten en specifieke beleggingstips. Volgens Van Zwol ligt de sleutel tot succesvol vermogensbeheer juist in een gedisciplineerde aanpak.
“De kernboodschap voor twintigers is minder spectaculair dan de rendementsgrafieken op sociale media doen vermoeden”, sluit Van Zwol af. “Niet de slimste aandelentip of de snelste cryptowinst bepaalt het succes, maar de volgorde: eerst overzicht, dan buffer, daarna pensioen en pas vervolgens beleggen met geld dat voor langere tijd kan worden gemist.”