Amerikaanse banken en kredietverenigingen mogen een collectieve rechtszaak tegen Apple voortzetten over de kosten die zij in het verleden betaalden voor transacties via Apple Pay. Een Amerikaanse districtsrechter heeft bepaald dat financiële instellingen die betaalkaarten uitgaven voor gebruik met Apple Pay en daarvoor transactiekosten aan Apple betaalden, zich bij de zaak kunnen aansluiten.
De rechtszaak werd in 2022 aangespannen door Affinity Credit Union, GreenState Credit Union en Consumers Cooperative Credit Union. De financiële instellingen beschuldigen Apple ervan jarenlang hoge vergoedingen in rekening te hebben gebracht voor het gebruik van Apple Pay, terwijl concurrenten volgens hen geen toegang kregen tot de NFC-chip in de iPhone.
Volgens de aanklagers bracht Apple banken 0,15% in rekening voor creditcardtransacties. Voor debitcardtransacties ging het om een vast bedrag van een halve dollarcent per transactie. De totale inkomsten uit deze vergoedingen zouden volgens de eisers kunnen oplopen tot $1 miljard per jaar.
De kern van de zaak is volgens de financiële instellingen dat Apple zijn dominante positie op de markt voor mobiele betalingen heeft gebruikt om deze vergoedingen te kunnen vragen. Doordat andere aanbieders geen toegang hadden tot de NFC-functionaliteit van de iPhone, waren banken en andere financiële partijen volgens hen bovendien beperkt in hun mogelijkheden om alternatieven voor Apple Pay aan te bieden.
Sinds het indienen van de rechtszaak heeft Apple zijn NFC-beleid aangepast. Sinds iOS 18.1 kunnen ontwikkelaars in onder meer de Verenigde Staten, Canada, Australië, Brazilië, Japan, Nieuw-Zeeland, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Economische Ruimte toegang krijgen tot de NFC-chip van de iPhone.