Lege kamers genoeg, maar woningdelen komt moeilijk van de grond

18 september 2026 Banken.nl 3 min. leestijd

Terwijl de woningmarkt kampt met grote schaarste, blijft een deel van de beschikbare woonruimte in Nederland structureel ongebruikt. Ruim de helft van de Nederlanders heeft kamers in huis die weinig of nooit worden gebruikt, blijkt uit onderzoek van ING. Toch betekent die onbenutte ruimte niet automatisch dat er plek beschikbaar is voor woningzoekenden. Privacy is voor veel mensen een belangrijke reden om geen kamer te delen.

Daarmee ontstaat een duidelijke tegenstelling: Nederlanders zien mogelijkheden om leegstand aan te pakken, maar zijn terughoudender als het gaat om het delen van hun eigen woning.

De mismatch tussen vraag en aanbod op de woningmarkt is volgens ING niet eenvoudig op te lossen door bestaande woonruimte anders te verdelen. Een kamer die weinig wordt gebruikt, kan bewust beschikbaar worden gehouden voor toekomstige behoeften, zoals logees, mantelzorg of thuiswerken.

“Je kunt woonruimte niet simpelweg opnieuw verdelen”, legt Wim Flikweert (manager Wonen bij ING) uit. “Een kamer in Drenthe helpt een starter in Amsterdam niet. En een kamer die vandaag leegstaat, kan morgen nodig zijn voor mantelzorg of een veranderende gezinssituatie.”

Niet meer vierkante meters, maar passende ruimte

Het ruimtegebrek op de woningmarkt gaat volgens ING dan ook niet alleen om het aantal vierkante meters. Nederlanders zoeken vooral naar woningen die aansluiten bij hun behoeften. Buitenruimte staat daarbij bovenaan de wensenlijst, gevolgd door een extra slaapkamer en meer opbergruimte.

Wie te weinig ruimte heeft, merkt dat in het dagelijks leven. Er is minder plek voor hobby’s, bezoek of logees, en soms onvoldoende privacy om zich thuis terug te trekken.

“De krapte op de woningmarkt raakt heel tastbaar het dagelijks leven. Er zijn niet alleen te weinig woningen, maar ook te weinig woningen die passen bij specifieke behoeften en levensfasen, zoals geschikte woningen voor senioren”, aldus Flikweert.

Starters willen juist meer ruimte

Voor starters is ruimte een nog groter knelpunt. Bijna een derde van de Nederlanders (29%) vindt de huidige woning te klein. Onder starters die willen kopen maar nog thuiswonen of huren, ligt dat aandeel rond de helft. 61% van deze groep zou het liefst naar een grotere woning verhuizen. Onder woningbezitters is dat 33%.

De prijs vormt daarbij de belangrijkste belemmering. Volgens Flikweert kijken starters niet alleen naar hun huidige situatie, maar ook naar een volgende levensfase, zoals samenwonen of gezinsvorming. Een kleine woning is daardoor niet altijd een toekomstbestendige keuze.

Tegelijkertijd neemt de behoefte aan ruimte niet voor iedereen toe. 22% van de Nederlanders zou juist liever kleiner wonen. Een grotere woning betekent volgens deze groep ook meer onderhoud en schoonmaak. Prettig wonen draait daarmee niet voor iedereen om zoveel mogelijk vierkante meters, maar om ruimte die past bij het dagelijks leven.

Leegstaande woning anders bekeken dan lege kamer

Nederlanders maken duidelijk onderscheid tussen een volledig leegstaande woning en een ongebruikte kamer in hun eigen huis. Waar 65% langdurige leegstand van woningen onacceptabel vindt, wil een meerderheid de eigen kamer niet zonder meer beschikbaar stellen.

Meer dan de helft vindt dat eigenaren zelf moeten kunnen bepalen wat er met een leegstaande woning gebeurt. Voor woningdelen ligt die grens anders. Privacy is de belangrijkste reden om geen kamer te delen.

Toch staat 39% er wel voor open om een weinig gebruikte kamer beschikbaar te stellen aan een student of andere woningzoekende. Extra inkomsten vormen daarbij de belangrijkste motivatie.

“Woningdelen kan bijdragen aan een betere benutting van de bestaande woonruimte, maar alleen op vrijwillige basis en met voldoende privacy, zeggenschap en zekerheid voor bewoners”, sluit Flikweert af.