Het aandeel ABN AMRO tikte deze week even de €40 aan, het hoogste niveau sinds de beursgang van 2015. Door die koersrally is het resterende staatsbelang van 20,5% zo’n €6,7 miljard waard. Daarmee komt de Nederlandse staat dicht bij quitte spelen op de reddingsoperatie van 2008.
Dat is een omslag in een dossier dat allang was afgeschreven. Eind 2023 schreef het ministerie van Financiën nog dat quitte spelen op korte termijn niet realistisch was, en hield het rekening met een verlies van bijna €7 miljard. De koers stond toen op €13,20.
Van gongslag tot stilstand
Toen Gerrit Zalm in 2015 de gong sloeg voor de beursgang, leverde de verkoop van de eerste 23% van de certificaten €3,8 miljard op. Daarna wilde de koers maar niet stijgen. Vanaf september 2017 stopte Financiën enkele jaren met verkopen, en in 2020 stortte de koers tijdens de coronacrisis in.
Daarmee ontstond een patstelling. Wie een aandeel ABN AMRO kocht, kocht een stuk van een bedrijf dat voor meer dan de helft in staatshanden was, plus de onzekerheid of daar iets aan zou veranderen. De koers bleef laag, en juist daardoor had Financiën geen zin om te verkopen.
Het was minister Sigrid Kaag die die kip-eivraag doorbrak: ze startte het verkoopprogramma ondanks de lage koers, waarna het overheidsbelang eind 2023 onder de 50% zakte.
De rekensom
Op 3 oktober 2008 kocht de overheid ABN AMRO Nederland, Fortis Bank Nederland en de latere verzekeraar ASR voor €16,8 miljard. De jaren erna moest er nog bijna €8 miljard aan kapitaal bij. In totaal ging er volgens de Kamerbrief €21,7 miljard in de bank.
Daar staat inmiddels €14,2 miljard tegenover uit de verkooptranches, waarbij de laatste serie gemiddeld €30,48 per aandeel opbracht. Tel het resterende belang van €6,7 miljard erbij op en de opbrengst nadert de €21,7 miljard. De rentelasten op de investering en de ontvangen dividenden vielen grofweg tegen elkaar weg.
Waarom nu
ABN AMRO doet het op de beurs beter dan andere bankaandelen, na jaren van achterblijven. Nu de staat zich terugtrekt, heeft de bank meer ruimte voor eigen keuzes; onder bestuursvoorzitter Marguerite Bérard werd vorig jaar een reorganisatie aangekondigd. Daarbij hopen beleggers in banken op een fusie- en overnamegolf, waarbij meespeelt dat het Franse BNP Paribas in het verleden interesse toonde in ABN AMRO.
Voor de schatkist is dat gunstig nieuws, maar geen oplossing. De verkoop van aandelen is eenmalig, terwijl de begrotingsproblemen structureel zijn. Bovendien mag Financiën de opbrengst door Europese definities niet zomaar bij het begrotingssaldo optellen.