De wereldwijde investeringsgolf in kunstmatige intelligentie vertaalt zich in een explosief groeiende handel in AI-gerelateerde goederen. In 2025 vertegenwoordigde die handel naar schatting 3.300 miljard dollar, zo’n 12% van de totale wereldwijde goederenexport. Halfgeleiders en andere elektronische componenten nemen daarvan circa 70% voor hun rekening. Dat blijkt uit een analyse van BNP Paribas.
Nederland blijkt in die keten een opvallend sterke positie in te nemen. Na China, Taiwan, Zuid-Korea, Singapore en de Verenigde Staten behoort Nederland – samen met Duitsland en Mexico – tot de cruciale schakels in de productie van halfgeleiders, gespecialiseerde apparatuur en elektronische componenten die de AI-infrastructuur draaiende houden.
Die positie is niet alleen economisch relevant, maar ook geopolitiek. Landen met een sterke rol in de chipketen beschikken over een strategisch instrument in internationale betrekkingen.
De keerzijde: de waardeketen is sterk gefragmenteerd en geconcentreerd. Meer dan 85% van de wereldwijde halfgeleiderexport komt uit Azië. China levert 21% van alle AI-gerelateerde goederen, terwijl Taiwan een dominante positie inneemt in het hart van de halfgeleiderproductie.
Die concentratie maakt Europa kwetsbaar. Wie toegang wil houden tot chips, kritieke metalen en AI-infrastructuur, moet volgens de bank inzetten op stabiele en wederkerige handelsrelaties met partners in Azië.
“Voor opkomende economieën vormt AI vooral een kans via hun positie in deze fysieke ketens”, zegt Christine Peltier (Senior Economist bij BNP Paribas).
Landen die kritieke metalen produceren – goed voor slechts 2% van de AI-gerelateerde export, maar strategisch van groot belang – “kunnen hun positie versterken door partnerschappen aan te gaan en buitenlandse investeringen aan te trekken.”
De sterke toename van investeringen in datacenters en andere AI-infrastructuur zorgt er volgens de bank voor dat de wereldwijde vraag naar deze goederen ook in 2026 aanhoudt.