Rechtbank laat klimaatzaak van Milieudefensie tegen ING doorgaan

14 september 2026 Banken.nl 2 min. leestijd

De rechtbank in Amsterdam heeft alle vorderingen van Milieudefensie in de klimaatzaak tegen ING ontvankelijk verklaard. Daarmee kan de zaak tegen de grootste bank van Nederland inhoudelijk worden behandeld. De zittingsdagen staan naar verwachting gepland voor het voorjaar van 2027.

De rechtbank Amsterdam boog zich op woensdag 9 september uitsluitend over de ontvankelijkheid van de vorderingen, niet over het klimaatbeleid van ING zelf. Met het oordeel dat Milieudefensie ontvankelijk is, staat de weg open naar een inhoudelijke behandeling. Daarin ligt straks de vraag voor of een bank verantwoordelijk kan worden gehouden voor de uitstoot in haar financieringsportefeuille.

Wat Milieudefensie eist

Milieudefensie eist dat ING, als grootste bank van Nederland, stopt met het financieren van olie- en gasbedrijven die nieuwe projecten starten. Daarnaast moet de bank haar uitstoot terugbrengen in lijn met de reductiepaden van het Internationaal Energieagentschap en het IPCC. De organisatie diende de dagvaarding in 2025 in; het is de eerste keer dat een Nederlandse bank vanwege ontoereikend klimaatbeleid voor de rechter wordt gedaagd.

ING probeerde de zaak te voorkomen met het argument dat een strenger beleid geen verschil zou maken, omdat een andere financier de betreffende bedrijven zou blijven steunen. De rechtbank wees dat betoog af en oordeelde dat de zaak inhoudelijk moet worden behandeld.

“De overheid beschermt ons onvoldoende tegen grote vervuilers”, zegt Winnie Oussoren (Milieudefensie). “Daarom is het belangrijk dat de rechter zich buigt over de verantwoordelijkheid van ING, bankier van de klimaatcrisis.”

Fossiele financiering als inzet

De inhoudelijke inzet is aanzienlijk. Volgens Milieudefensie steekt ING nog altijd zo’n €30 miljard in vervuilende fossiele bedrijven. De organisatie stelt daarnaast dat de uitstoot van de bank het afgelopen jaar met 15% is gestegen en dat ING onder meer ENI, Cheniere en Vår Energi aan financiering hielp.

Het procedurele oordeel zegt daarmee nog niets over de gegrondheid van die claims. Pas tijdens de zittingsdagen, naar verwachting in het voorjaar van 2027, buigt de rechtbank zich over de kern: de rol en de verantwoordelijkheid van ING in de klimaatcrisis. Een oordeel over het klimaatbeleid van de bank valt daar, en niet eerder.

Op vraag van Banken.nl reageert ING op de uitspraak:

“Dit is een procedurele beslissing over alleen de ontvankelijkheid van de zaak, en niet over de inhoud van de eisen, die later zal worden behandeld. Het verandert niets aan het feit dat wij de eisen van Milieudefensie onredelijk, onrealistisch en niet in lijn vinden met onze rol als bank in de klimaattransitie. We kijken ernaar uit dat aan de rechtbank uit te leggen en laten ons door een langdurige rechtszaak niet afleiden van het werk aan onze op wetenschap gebaseerde klimaatbenadering.”