Rabobank-onderzoek: zonder circulaire ketens geen strategische autonomie – en kleine bedrijven raken achterop

04 maart 2026 Banken.nl 4 min. leestijd

In een tijd van handelsconflicten en geopolitieke spanningen werken steeds meer Nederlandse bedrijven aan het afbouwen van hun strategische afhankelijkheden. Maar dat lukt alleen als ze ook inzetten op ketentransparantie en circulariteit – twee terreinen waarop juist kleine bedrijven achteruitgaan. Dat blijkt uit een studie van RaboResearch, waarvoor circa duizend ondernemers zijn ondervraagd.

Ongeveer 20% van de Nederlandse bedrijven werkt actief aan het verminderen van afhankelijkheden van landen binnen en buiten de EU, bijvoorbeeld door import te beperken of activiteiten terug te halen naar Nederland. Onder grote bedrijven – vijftig werknemers of meer – ligt dat percentage op 60%.

Bron: Rabobank

Transparantie en circulariteit als voorwaarde

Het onderzoek laat een sterk positief verband zien tussen enerzijds ketentransparantie en circulariteit, en anderzijds de mate waarin bedrijven hun strategische afhankelijkheden afbouwen.

“Bedrijven die inzicht hebben in hun toeleveringsketens en materialen slimmer hergebruiken, blijken beter in staat om risico’s te beheersen en kwetsbaarheden te verkleinen”, zegt Otto Raspe (hoofdeconoom van RaboResearch).

“Zonder transparante ketens is het vrijwel onmogelijk om te bepalen waar de afhankelijkheden precies zitten. En bij circulair ondernemen hebben bedrijven minder grondstoffen van buitenaf nodig – en dus zijn ze automatisch minder gevoelig voor geopolitieke verstoringen.”

Bron: Rabobank

Transitie stagneert, polarisatie neemt toe

Die bevinding maakt de bredere resultaten van het onderzoek extra zorgwekkend. De NEx-T-score – waarmee RaboResearch jaarlijks de transitie naar een duurzame en inclusieve economie meet langs zeven dimensies – bleef in 2025 steken op een 5,4 op een tienpuntsschaal (2024: 5,5).

Op vier van de zeven dimensies gingen bedrijven er zelfs op achteruit: nieuwe rijkdom, circulariteit, groene energie en inclusief ondernemen.

Tegelijkertijd tekent zich een toenemende polarisatie af. De groep koplopers groeit, maar de groep achterblijvers eveneens – terwijl het middenveld kleiner wordt. “De uitersten groeien, terwijl het gemiddelde grofweg gelijk blijft”, aldus Raspe.

Kleine bedrijven raken achterop

Vooral kleinere bedrijven hebben moeite om de transitie bij te benen. Grote ondernemingen hielden hun scores stabiel, maar kleine bedrijven – met name microbedrijven met twee tot negen werknemers – lieten een terugval zien. Juist op circulariteit daalde hun score met 7% ten opzichte van vorig jaar.

Bron: Rabobank

Dat is problematisch, gezien het eerder gevonden verband tussen circulariteit en het afbouwen van strategische afhankelijkheden. “Vooral microbedrijven hebben vaak minder capaciteit om transities vorm te geven en zijn afhankelijker van keuzes van grotere spelers in de keten”, aldus Raspe.

“Het is belangrijk om deze groep niet uit het oog te verliezen, want ze vormen een groot deel van het Nederlandse bedrijfsleven.”

Industrie als voorbeeld

Wie wil weten hoe het beter kan, kan volgens de onderzoekers kijken naar de industriële sector. Die scoort het hoogst op zowel ketentransparantie als circulariteit – wat samenhangt met de directe blootstelling van de industrie aan internationale handelsketens. “Mogelijk dat de industrie het belang van ketentransparantie en circulariteit als eerste ondervindt”, concludeert Raspe.

“Zeker als het gaat om circulair ondernemen, kunnen kleine bedrijven die achterlopen in deze transitie dus veel leren van deze sector.”