Interview: Marc de Meij en Erik Mulder over Wft

08 juli 2014 Banken.nl 7 min. leestijd

Banken.nl interviewde Marc de Meij (verantwoordelijk voor het opleidingsbedrijf van Welten) en Erik Mulder (manager bij het  CDFD) over de gedachte achter en de invoer van de nieuwe regels voor vakbekwaamheid binnen de Wet financieel toezicht die per 1 januari 2014 gelden.

Adviseurs zijn niet onverdeeld enthousiast over de nieuwe regels en de inspanning die daaruit volgen. Hoe kijken jullie daar tegenaan?

De Meij: “Voor adviseurs hebben de nieuwe eindtermen en examinering toch vrij grote impact. De focus ligt op vaardigheden en competenties en dat is nieuw in de examens. Je ziet dat sommige adviseurs de benodigde inspanning onderschatten. Daarnaast zijn voor adviseurs en opleiders het gebruik van de toetsmatrijzen en transparantie over de interpretatie van de toetstermen niet direct duidelijk geweest. De laatste maanden is hier een verbetering zichtbaar. Daarnaast heeft het ook voor organisaties grote impact. Het gaat om grote aantallen medewerkers en daarmee heeft het een grote impact op de planning en investeringen."

Mulder: “De minister realiseert zich heel goed dat het een grote inspanning en omslag van de sector vraagt. Tegelijkertijd is het zijn taak consumenten te beschermen. Zij hebben recht op goede integrale financiële adviezen van vakbekwame adviseurs. Daar is de centrale examinering op gericht. Ondanks de nodige weerstand zijn we op de goede weg. Het slagingspercentage van de initiële examens over alle 9 modules in de maand mei bedroeg ruim 35% en van de PE-examens ruim 57%. We verwachten dat steeds duidelijker wordt wat er verwacht wordt en dit percentage snel zal oplopen.”

Wat zijn volgens jullie de succesfactoren om de benodigde vaardigheden en competenties onder de knie te krijgen?

De Meij: “De meeste adviseurs voeren goede adviesgesprekken. De vaardigheden en competentievragen in de nieuwe Wft examens raken niet altijd de praktijksituaties. Dit betekent voor de adviseurs dat een goede voorbereiding wenselijk is om gevoel te krijgen bij de nieuwe wijze van examineren. Je ziet wel dat organisaties steeds betere en doordachtere leeromgevingen voor hun medewerkers weten te creëren met daarbij steeds grotere rol voor online ondersteuning. In deze omgeving worden onder andere de verschillende vraagsoorten uit de examens aangeboden. Bij diverse opdrachtgevers zien we initiatieven van medewerkers die met elkaar studeren en casuïstiek delen."

Mulder: “Goede training en begeleiding door docenten en of collega’s met expertise op deze terreinen”.   
Hoe zien jullie de samenwerking tussen de verschillende marktpartijen (MinFin, NVB, CDFD, exameninstituten, DUO) om dit tot een succes te maken?

De Meij: “Dit gaat de laatste maanden goed. De partijen staan in open dialoog met elkaar en werken samen aan aanscherpingen en eenduidigheid.”

Mulder: “De projectorganisatie van het ministerie van Financiën, CDFD en DUO heeft zich aanvankelijk gericht op de benodigde aanbestedingstrajecten. Vervolgens zijn alle noodzakelijke voorbereidingen binnen en tussen de betrokken organisaties getroffen om het examenafnameproces begin 2014 te implementeren. De structurele taakverdeling voor het nieuwe stelsel moest worden vastgelegd. Inmiddels is de samenwerking met de verschillende ketenpartners vormgegeven en worden werkprocessen over de grenzen van de eigen organisatie heen uitgevoerd: ketenorganisatie! De projectorganisatie zal na de zomer worden opgeheven. De nieuwe taak van het CDFD is de borging van de kwaliteit van de examenvragen en de normering van de examens. Samen met DUO streven we continu naar verbetering. Dat proberen we te doen in overleg met de marktpartijen. We weten elkaar  goed te vinden.”

Is de samenwerking tussen deze partijen op tijd op gang gekomen?

De Meij: “Terugkijkend is deze samenwerking volgens ons wel wat laat opgang gekomen. We hadden dat liever een jaar eerder al gehad, dan was de implementatie, vanaf 1 januari 2014 soepeler gegaan en minder onduidelijkheid over bijvoorbeeld interpretatie van eindtermen.”

Mulder: “Een transitie als de deze vraagt om een behoorlijke inspanning niet alleen inhoudelijk, maar bijvoorbeeld ook qua IT ondersteuning. Voor de selectie van de examenafnamesysteem moest bijvoorbeeld een Europees aanbestedingstraject worden gevolgd. Dat is een lange en ingewikkelde procedure. Deze selectie was op zijn beurt weer medebepalend voor de vormgeving van de examenvragen die in de examenbank opgenomen moesten worden. Toen de Tweede Kamer eind 2013 groen licht gaf waren we voldoende gevorderd om in januari 2014 te kunnen starten. We werken nu met elkaar om dit tot een succes te maken.”

Welke rol heeft het nieuwe diplomamodel in het verbeteren van integraal klantadvies?

De Meij: “Het is een eerste stap om naast kennis ook vaardigheden en competenties mee te nemen in het diplomamodel. De huidige examinering en vragen blijven echter redelijk ingekaderd en voor gedefinieerd. Het is nog geen toets van daadwerkelijk vaardigheden.”

Mulder: “Ik verwacht een positief effect op de kwaliteit van de advisering omdat de advisering minder productgericht zal zijn. Ik reken er op dat het bewust bezig zijn met vaardigheden en competenties, bevordert dat adviseurs zich nog beter gaan inleven in de klant tijdens adviesgesprekken. Zo worden bijvoorbeeld examinandi die gespecialiseerd zijn in pensioenadvisering geconfronteerd met een klant met een hypotheekvraag. Gek? Niet relevant? Nee, dat betekent dat je moet doorverwijzen naar een collega specialist.”

Hoe zien jullie de verhouding tussen theoretische kennis en werkelijk goed adviseren?

De Meij: “Goed integraal advies gaat over een juist klantadvies geven in wisselende (complexe) klantsituaties. Dit betekent ervaring met de financiële context, goede adviesvaardigheden, de juiste houding en het kunnen toepassen van de theoretische kennis. Wft zorgt voor vakbekwaamheid (de basis) en een goed integraal klantadvies vereist vakmanschap.

Mulder: “Hoe een adviseur zijn kennis, vaardigheden en competenties in de praktijk daadwerkelijk toepast, weet je niet op voorhand. Maar het zal niet wezenlijk anders zijn dan bij andere beroepsgroepen. Een piloot maakt ook betere landingen als hij deze praktijksituatie vaak heeft geoefend in de flightsimulator.”   

Hoe belangrijk is ervaring met de financiële context voor goed adviseren? Hoe wordt dit geborgd bij nieuwe adviseurs in de financiële dienstverlening?

De Meij: “Ervaring is cruciaal om goed te kunnen adviseren. De nieuwe regels hebben veel impact op de nieuwe adviseurs. In korte tijd moeten zij het nieuwe diploma halen, dit zonder financiële ervaring. Dit vereist intensieve studie en begeleiding en na het behalen van het diploma veel uren werkervaring en begeleiding.

Mulder: “Je ziet dit ook bevestigd in de slagingspercentages. De slagingspercentages voor de initiële examens liggen lager dan voor de PE examens.”  

Wat zijn de grootste valkuilen voor nieuwe adviseurs in de financiële dienstverlening?

De Meij: “Te weinig kennis van de financiële context en onvoldoende vlieguren.”

Mulder: “Er vanuit gaan dat je een examen kunt halen met alleen boekenkennis”.  


Hartelijk dank voor dit interview.