DNB ziet innovatieve toetreders in financiele sector

10 december 2014 Banken..nl

Al geruime tijd zien we geen nieuwe toetreders in de financiële sector. Volgens critici komt dit door de hoge drempels voor toetreding zoals de strenge toetsing van een vergunningsaanvraag door De Nederlandsche Bank (DNB). Toch laat DNB weten de afgelopen tijd weer initiatieven van nieuwe partijen te zien die ook daadwerkelijk leiden tot markttoetreding. In 2014 zijn vergunningen verleend aan zowel een bank als een verzekeraar die zijn opgericht door nieuwe, innovatieve marktpartijen.

Nieuwkomers

De markt van banken en verzekeraars heeft lange tijd geen echte nieuwkomers gekend. Dit jaar is daarin verandering gekomen. Zowel bij de banken als bij de verzekeraars zijn vergunningen verleend aan instellingen die zijn opgericht door partijen van buiten de sector en met een vernieuwend concept.

DNB is als prudentieel toezichthouder verantwoordelijk voor de toetsing en verlening van vergunningen. De vergunningaanvragen voor banken of verzekeraars waren vrijwel altijd afkomstig van bestaande instellingen. Zo vindt vergunningverlening vaak plaats in het kader van herstructurering. Afgelopen jaar heeft DNB weer gesprekken gevoerd met nieuwe partijen over het oprichten van instellingen met een vernieuwend concept. De innovatieve aanpak is onder meer gelegen in de wijze van financiering, bijvoorbeeld door inleg van leden/verzekerden, digitale communicatie of een maximaal gebruik van smartphones.

Beperking mobiel bankieren verhoogt veiligheid

DNB ziet overigens ook initiatieven om de kredietverlening aan het midden- en kleinbedrijf impulsen te geven, bijvoorbeeld door crowdfunding of kredietunies. Met deze partijen voert DNB eveneens gesprekken, namelijk over hoe zij binnen bestaande wet- en regelgeving hun activiteiten kunnen ontplooien.

Nieuwe vormen van financiële instellingen

Ook de veranderende financiële omgeving heeft geleid tot nieuwe aanmeldingen bij het vergunningsloket. Zo hebben wetswijzigingen in de afgelopen jaren geleid tot nieuwe vormen van instellingen. Eén daarvan had bijvoorbeeld betrekking op de introductie in 2011 van de zogenoemde Premiepensioeninstelling (PPI), een nieuwe instellingsvorm voor het opbouwen van pensioen met een premieregeling. DNB heeft sindsdien aan 12 PPI’s een vergunning verleend. En binnenkort wordt een wetsvoorstel voor het zogeheten Algemeen pensioenfonds (APF) verwacht, een pensioenfonds dat verschillende pensioenregelingen financieel gescheiden kan uitvoeren. Voor het APF lijkt eveneens ruime belangstelling te bestaan. DNB voert al verkennende gesprekken met potentiële aanvragers.

Grote drukte in vergunningverlening betalingsverkeer

Op het gebied van betalingsverkeer is wegens wetswijzigingen in de afgelopen jaren vergunning verleend aan meerdere instellingen. Zo zijn er sinds 2009 35 vergunningen toegekend aan zogeheten betaaldienstverleners (partijen die zorgdragen voor transacties in het betalingsverkeer) en kregen 59 partijen een inschrijving als vrijgestelde betaaldienstverlener. Daarnaast is in 2014 een vergunningplicht ingesteld voor de zogenoemde afwikkelondernemingen, dat zijn instellingen die onderdeel uitmaken van de infrastructuur van het dagelijks betalingsverkeer. Momenteel lopen daar 2 vergunningaanvragen en de verwachting is dat nog enkele aanvragen zullen volgen.

Overige instellingen met vergunning van DNB

Niet bij alle instellingen in de financiële sector is een toename aan initiatieven of een ontwikkeling van nieuwe vormen aan de orde. Voor trustkantoren geldt bijvoorbeeld dat er nog wel nieuwe aanvragen worden gedaan, maar de groei van het aantal trustkantoren is het laatste jaar afgenomen.Het lagere aantal verleende vergunningen wordt mede verklaard door de verscherpte geschiktheidstoets op basis van de Beleidsregel Geschiktheid, waardoor kandidaat-bestuurders in beginsel worden uitgenodigd voor een toetsingsgesprek, en door de sterkere nadruk op de beoordeling van het business plan in de vergunningaanvraag.

Het proces van vergunningverlening

DNB ziet dat innovatie, diversiteit en nieuwe instellingen in de financiële sector passen bij een gezonde en stabiele financiële sector. Dat neemt niet weg dat de toetsing van een vergunningsaanvraag door DNB streng is. DNB moet ervan overtuigd zijn dat een nieuwe instelling levensvatbaar is en beoordeelt dan ook op gedegen wijze of is voldaan aan de eisen voor kapitaal en voor de geschiktheid en betrouwbaarheid van de bestuurders. Op die manier wil DNB voorkomen dat bijvoorbeeld een nieuwe bank of verzekeraar op enig moment niet aan zijn toezeggingen tegenover de rekening- of polishouder kan voldoen.

DNB gaat bij een vergunningaanvraag niet over één nacht ijs. Het is een zorgvuldig proces waarin gesprekken worden gevoerd en vele stukken worden opgevraagd en beoordeeld, vaak al voordat de aanvraag is ingediend. Zo vraagt DNB bij de vergunningaanvraag om een plan voor het geval het mis gaat. Hierin legt de aanvrager uit hoe de instelling met zo min mogelijk schade kan worden ontmanteld. De aanwezigheid van zo’n plan draagt er aan bij dat de aanpak van eventuele problemen zo ordelijk mogelijk kan verlopen. Vanaf 1 januari 2015 kan DNB overigens gerichte eisen gaan stellen aan de afwikkelbaarheid van banken, nieuwe en bestaande, uit hoofde van haar nieuwe resolutiemandaat.

Nieuws