Dubbeling en Van Vollenhoven over Europees toezicht

01 november 2016 Banken.nl

Het Single Supervisory Mechanism bestaat in november twee jaar. DNB-divisiedirecteur Gisella van Vollenhoven en NVB-directeur Eelco Dubbeling in gesprek over de ervaringen met het nieuwe uniforme toezicht op de Europese banken.

Single Supervisory Mechanism
‘Nooit meer een crisis zoals die in 2008.’ Met die gedachte werd de laatste jaren in hoog tempo de Europese bankenunie opgetuigd. In november 2014 kwamen de 130 grootste banken in de eurozone onder toezicht van de Europese Centrale Bank (ECB). Nationale toezichthouders bleven verantwoordelijk voor de overige banken. Het Single Supervisory Mechanism (SSM) was geboren.

De invoering van het SSM was een enorm project, vertelt Gisella van Vollenhoven, sinds november 2014 directeur van de divisie Onsite toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB). Die onderzoekt bij banken specifieke risico’s, zoals financiële- en IT-risico’s. “In de aanloop naar het SSM opereerden we nog als zelfstandig toezichthouder. Tegelijkertijd wijzigde onze organisatiestructuur ingrijpend.”

Het toezicht van DNB werd in 2014 volgens dezelfde structuur opgezet als bij de ECB en heeft drie toezichtdivisies:

  • Divisie Onsite toezicht: doet ter plekke onderzoek bij banken naar specifieke risico’s, zoals financiële en IT-risico’s
  • Divisie Europese banken: houdt toezicht op de zeven grote banken die onder direct toezicht van de ECB vallen
  • Divisie Toezicht nationale instellingen: houdt toezicht op alle andere Nederlands banken, behalve op de zeven banken die onder direct toezicht van de ECB vallen

Van Vollenhoven: “Binnen het SSM is de samenwerking intensief. We hebben veel contact met ECB-collega’s in Frankfurt én met onze collega’s bij nationale toezichthouders in de andere eurolanden.”



Uitleggen

Banken zijn positief over de komst van de bankenunie en het SSM. “Er is de afgelopen twee jaar veel bereikt”, zegt Eelco Dubbeling, directeur van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). “Maar het SSM was voor de banken ook wennen”, voegt hij daaraan toe. “Banken hadden het idee dat ze te veel moesten uitleggen aan de ECB, omdat die niet altijd bekend was met de Nederlandse situatie.” Zo wijkt de Nederlandse hypotheekmarkt af van die in veel andere landen. Hoewel in Nederland de gemiddelde uitstaande hypotheekschuld relatief hoog is ten opzichte van de waarde van de woning (loan-to-value), zijn de risico’s niet zo groot als in Frankfurt soms werd gedacht.

Verschillen

Nederland verschilt op nog veel meer punten van andere eurolanden, heeft Van Vollenhoven ervaren. Zowel cultureel als organisatorisch. “Dat begint al bij de lunch. Wij eten een broodje kaas, waar in veel andere landen een warme maaltijd klaarstaat. En we richten ons vooral op de inhoud van de vergadering, terwijl het voor anderen vooral om de contacten rondom de vergadering draait.” Ook op het gebied van transparantie en onderzoeksmethodiek zijn de verschillen groot. Van Vollenhoven: “DNB deelt relatief veel informatie met de banken. De afstand tussen toezichthouder en sector is in andere landen groter.”

Dataverzoeken

Een van de grote veranderingen voor banken is dat zij vaak data moeten aanleveren bij zowel DNB als bij de ECB. Dat levert soms frustraties op, zegt Dubbeling: “De deadlines voor het leveren van informatie zijn kort en het kan maanden duren voordat banken reactie uit Frankfurt krijgen.” Ook de afstemming tussen ECB en DNB leidde tot veel extra verzoeken aan de banken. “De banken zouden op termijn in het kader van het SSM-toezicht het liefst alleen met de ECB te maken hebben.” Van Vollenhoven beaamt dat het aantal dataverzoeken is toegenomen. “Daarom bekijken we of één partij de verzoeken kan coördineren. We kunnen dan vooraf nagaan welke informatie we al hebben. En banken hebben één aanspreekpunt.” Zij ziet ook voordelen van het intensieve verzamelen van data. “De kwaliteit van informatie is de laatste twee jaar omhoog gegaan. Dat is ook waardevol voor de bedrijfsvoering van banken.”

Kosten

Daarnaast betaalt de financiële sector de kosten voor het toezicht nu zelf. Die zijn de afgelopen jaren flink toegenomen, doordat banken zowel voor het toezicht door de ECB als DNB betalen, zegt Dubbeling. “Het is vaak onduidelijk welk deel van de kosten door de ECB en welk deel door DNB wordt gemaakt. Banken willen graag meer inzicht in de verdeling van de kosten.” Die mogelijkheden zijn er volgens Van Vollenhoven. In het adviserend panel bespreekt DNB jaarlijks de begroting voor het toezicht met de financiële sector. Van Vollenhoven: “Doelmatigheid is voor ons het belangrijkst. Maar we moeten natuurlijk ook kunnen uitleggen waar de kosten voor toezicht naartoe gaan. We gaan dat voortaan duidelijker aangeven in onze begroting.”

FinTech

Het toezicht zal de komende jaren nog meer veranderingen ondergaan, stellen Van Vollenhoven en Dubbeling. Door de komst van nieuwe technologiegedreven spelers in de financiële sector verandert het bedrijfsmodel van traditionele banken. Dubbeling: “Banken moeten veel meer kiezen hoe ze zich willen profileren. Misschien nemen FinTech-bedrijven sommige delen van de dienstverlening over.” Door de opkomst van FinTech is er bij het toezicht meer aandacht voor bedrijfsmodellen, zegt Van Vollenhoven. “We onderzoeken bijvoorbeeld wat de gevolgen zijn voor banken als ze het betalingsverkeer kwijtraken. Maar we kijken ook naar nieuwe toetreders: hoe verdienen ze hun geld en is hun IT-omgeving stabiel en betrouwbaar? Daarvoor moeten we nieuwe kennis in huis halen.” Het bankentoezicht moet de komende jaren volwassen worden. Dat kost tijd met zo veel landen. Toch is Van Vollenhoven optimistisch over verdere harmonisatie. “We groeien toe naar één manier van toezicht houden.”

Dit bericht is eerder geplaatst in de september editie (Nr. 3) van Bank|Wereld, het kwartaalblad van de Nederlandse Vereniging van Banken

Nieuws

Meer nieuws over